In de Nederlandse taal gebruiken wij het dagboek.
Is het de of het deze
In de Nederlandse taal gebruiken wij de deze.
Ezelsbrug: Voorkomen van lidwoordfouten
Twijfel je nog welke woorden “de” krijgen en welke “het”? Dan kun je denken aan “de man”, “de vrouw” en “het onzijdige woord”. Mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen namelijk “de” en onzijdige woorden combineer je met “het”.
Wat is het verschil tussen de en het? 'Het' is voor onzijdige woorden.'De' voor mannelijke en vrouwelijke woorden.
In de Nederlandse taal gebruiken wij de gids.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: gids (zn) : reisgids, wegwijzer, begeleider, loods, geleider, leidsman, cicerone.
Een Gids heeft in het algemeen als taak groepen mensen rond te leiden. Je kunt als Gids voor diverse organisaties werkzaam zijn en een breed scala aan rondleidingen verzorgen.
In de Nederlandse taal gebruiken wij het boek.
Zout is een onzijdig woord (een het-woord). Daarom zijn de volgende zinnen juist: 'Mag ik het zout? ', 'Dit zout is roze', 'Dat zout was vroeger peperduur.
Is het de of het raam
In de Nederlandse taal gebruiken wij het raam.
Factuur is een vrouwelijk de-woord.
Een bijvoeglijk naamwoord bij factuur krijgt altijd een buigings-e: de onbetaalde factuur, een onbetaalde factuur, onbetaalde factuur. Stuur de factuur maar naar mijn huisbaas. Ik viel achterover toen ik het bedrag op die factuur zag!
Zowel het deken als de deken is correct in de betekenis 'grote lap stof waarmee men zich bedekt tegen de kou'. In België wordt meestal het deken gebruikt, in Nederland bijna uitsluitend de deken. U kunt uw taalgevoel volgen, maar pas uw keuze wel consequent toe.
Idee kan in alle betekenissen een het-woord zijn. Specifiek in de betekenis 'filosofisch denkbeeld', 'filosofische gedachte', 'algemeen geldende gedachte' kan idee ook een de-woord zijn, maar het idee is ook in die betekenissen gebruikelijker. Het idee alleen al doet me huiveren!
Het woordgeslacht zie je aan een (o), (m) of (v) achter het woord in het woordenboek. Bij onzijdige woorden gebruik je altijd het lidwoord “het” of “een”. Mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen altijd “de” of “een” als lidwoord.
Normaal gesproken spreken we the uit met een korte klank (zoals "thuh"). Maar als the voor een klinkerklank komt, spreken we het uit als een lange "thee" . Als we de nadruk op een bepaald woord willen leggen, kunnen we "emphatic the" [thee] gebruiken, ongeacht of het woord begint met een medeklinker of klinkerklank.
De eerste “jou” is een persoonlijk voornaamwoord (je kunt het vervangen door “hem”), dus voeg je geen w toe. De tweede “jouw” is een bezittelijk voornaamwoord (je kunt het vervangen door “zijn”), dus voeg je een w toe.
Is het de of het suiker
In de Nederlandse taal gebruiken wij de suiker.
Zowel de matras als het matras is correct. In België wordt matras voornamelijk als de-woord gebruikt. In Nederland is zowel de matras als het matras gangbaar.
Krat kan zowel een de-woord als een het-woord zijn.
U kunt uw taalgevoel volgen, maar pas uw keuze wel consequent toe. Als u de krat zegt, zegt u ook die/deze krat, elke krat, onze krat en krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd een buigings-e: de volle krat, een volle krat, volle krat.
In de Nederlandse taal gebruiken wij het bureau.
Vork is een de-woord dat zowel vrouwelijk als mannelijk kan zijn. Een bijvoeglijk naamwoord bij vork krijgt altijd een buigings-e: de grote vork, een grote vork, grote vork.
Is het de of het Film
In de Nederlandse taal gebruiken wij de Film.
guit (zn) : grappenmaker, deugniet, bengel, ondeugd, rakker, schalk, olijkerd, kapoen, uilenspiegel, schelmpje, kwapoets, snaak, pagadder. snaak (zn) : grappenmaker, grapjas, ondeugd, schalk, schelm, guit, kwapoets, komiekeling, kwant, potsenmaker.
raadgever, mentor, model, piloot, leraar .
Wat is een ander woord voor medewerkster? Andere woorden voor medewerkster zijn arbei, arbeider, arbeidskracht, collega, functionaris, klerk, maat, personeelslid, teamgenoot, werkkracht en werknemer.