Het is colaatje (aan elkaar geschreven). ANW (Algemeen Nederlands Woordenboek) +1
Let op: als een grondwoord eindigt op 'é' verdwijnt het accent en krijgt het verkleinwoord 'ee'. Hieronder een aantal voorbeelden om dit te verduidelijken: cola – colaatje.
het extraatje zelfst. naamw. Uitspraak: [ ˈɛkstracə ] Afbreekpatroon: ex·tra·tje Verbuigingen: extraatjes (meerv.) iets dat je krijgt bovenop wat je gewoonlijk krijgt Voorbeeld: 'Omdat we allemaal zo hard hadden gewerkt, gaf de baas ons een extraatje van tien euro.
Je schrijft het achtervoegsel –tje na woorden, die eindigen op de medeklinkers l, n of r. De klinker ervoor moet dan een lange klank zijn of een 'stomme' e, zoals de –e- in kikker. Ook woorden die bestaan uit meerdere lettergrepen maar eindigen op een korte klank, krijgen –tje.
De verkleinvorm van oma is omaatje, met dubbel a. Er komt geen apostrof. Als je de uitgang -tje direct achter oma zou zetten, zou je omatje krijgen, met een korte a van mat/matje. In omaatje moet je een lange a-klank weergeven, en dat doe je door de a te verdubbelen.
Beschaafdere term voor klootje. Soms slechts kraal(tje) genoemd.
Een "mooi" woord hangt af van de context, maar voor de vloerwisser zijn vloertrekker, vloerwisser (NL) of gewoon trekker standaardtaal; voor een flesopener zijn kurkentrekker, flesopener of kroontjeswipper (dialect) goede alternatieven, terwijl "aftrekker" zelf vaak als dialect (Belgisch) of informeel wordt gezien.
poepen (ww) : beren, kakken, drukken, afgaan, zijn behoefte doen, schijten, bouten, een ontlastende verklaring afleggen, een grote boodschap doen, zijn gevoeg doen.
Andere woorden voor fantastisch zijn buitengewoon, denkbeeldig, elfenland, enorm, fabelachtig, fenomenaal, formidabel, gaaf, geweldig, grandioos, groots, illusoir, imaginair, krankzinnig, magnifiek, onwerkelijk, prachtig, puik, reuze, schitterend, sublieme, super, supergaaf, te gek, uitnemend, uitstekend, uniek, ...
'Opa' en 'oma' zijn in Vlaanderen nog steeds de meest gebruikte roepnamen voor grootouders. Dat blijkt uit het derde grootouderonderzoek van de Gezinsbond. Minder populair zijn 'bompa en bomma' of 'vake en moeke'. Er zijn ook regionale verschillen, en er is veel creativiteit.
Woorden die eindigen op -ing
De g valt dan weg. Voorbeelden: beloninkje, bestellinkje, buiginkje, campinkje, harinkje, kettinkje, koninkje, meninkje, ontploffinkje, ontstekinkje, puddinkje, sluitinkje, verfrissinkje, vertellinkje, woninkje.
Chocolade en chocola zijn vormvarianten. De verkleinvorm van beide woorden is chocolaatje.
Let op bij woorden die op één lange klinker eindigen: pyjama – pyjamaatje; café – cafeetje; auto – autootje; paraplu – parapluutje; tosti – tostietje; baby – baby'tje.
Zoals aangegeven in de titel: oma's en omaatje. De apostrof wordt gebruikt om verkeerde uitspraak te voorkomen. Normaal gesproken komt de -s van het meervoud of de bezitsvorm aan het woord vast: tafels, Jans jas. Maar zonder apostrof rijmt auto's op los en accu's op kus.
In sociale situaties is het voldoende om te zeggen: " Ik moet naar het toilet ." Als het om een medische situatie gaat (bijvoorbeeld bij de dokter), kun je het gewoon een stoelgang noemen.
achterste (zn) : achterwerk, bil, reet, zitvlak, bips, gat, kont, stuit, krent, aars, derrière, poeper, achterdeel. achterwerk (zn) : billen, achterste, zitvlak, bips, kont, derrière, brits, poeper, achterdeel, toges.
Nettere woorden voor poep zijn ontlasting, stoelgang, feces (medisch/formeel), uitwerpselen, of het meer kindvriendelijke drolletjes. Afhankelijk van de context, kun je ook denken aan ontlasting (algemeen), fecaliën (medisch/wetenschappelijk), of de uitdrukking "zijn behoefte doen".
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: seks (zn) : nummertje, wip, gemeenschap, neukpartij, bijslaap, wippertje, copulatie, coïtus, cohabitatie, minnespel, liefdesdaad, geslachtsverkeer, geslachtsgemeenschap, geslachtsdaad.
Trekker, wisser, aftrekker.
Iemand die graag drinkt, wordt vaak een drinker, borrelaar, of zuipschuit (informeel) genoemd, maar bij problematisch en overmatig gebruik spreekt men van een probleemdrinker, alcoholist, of alcoholverslaafde, waarbij de officiële term 'stoornis in middelengebruik' is.
In de regel voeg je -tje toe aan het grondwoord om een verkleinwoord te maken als: Het woord eindigt op een l, n of r en de klinker een lange klank of een klemtoonloze e (sjwa/schwa) is. Het woord eindigt op een klinker (qua uitspraak).
Etymologie. Van eerder -tjen, van Middelnederlands -kijn, van Oudnederlands -kīn, de voorouder van de achtervoegsels -ke, -ken, -tje (en zijn subvariëteiten: -je, -etje, -pje, -kje) en Afrikaans -tjie ([ci]).
VVV'tje. Vriendje van vroeger. Dus een vriend of vriendin van thuisthuis.