Ja, goal is een leenwoord, specifiek een Engels leenwoord. www.taal-oefenen.nl
Voorbeelden van leenwoorden
Het woord goal staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Een leenwoord is een woord dat oorspronkelijk uit een andere taal komt. In de Nederlandse taal komen we vandaag de dag een groot aantal leenwoorden uit het Engels, Frans, en Duits tegen. Een groot deel van de leenwoorden wordt hetzelfde gespeld als in de taal waaruit ze afkomstig zijn.
Goal kan verwijzen naar: Doel - dat wat iemand of een organisatie wil bereiken. Doel (sport) - onderdeel van een sportveld. Doelpunt - een punt dat gescoord wordt door de bal in het te laten verdwijnen.
Hiermee geven pubers aan als iets hun wenselijk doel zou zijn. Ze zien een foto op Instagram van een stelletje op een parelwit strand in Bali met een cocktail in hun hand. Jij wilt dat ook hebben, jij wilt daar ook zijn, dus je reageert met *hashtag*GOALS!
In de uitspraakgidsen van het Nederlands zijn goal en drugs nauwelijks doorgedrongen. Paardekooper (1978) is de enige uitspraakgids waarin iets kan worden gevonden. Hij adviseert de g van goal uit te spreken als de g van geel.
Leenwoorden
Veel leenwoorden zijn afkomstig uit talen over de hele wereld en verwijzen naar bereid voedsel, drank, fruit, groenten, vis en andere producten. Vooral in de Franse keuken ( crêpe, crème brûlée ), de Italiaanse keuken (pasta, linguine, pizza, espresso) en de Chinese keuken (dim sum, chow mein, wonton) komen veel leenwoorden uit de keuken.
Voorbeelden
Synoniemen voor poepen variëren van neutraal tot informeel en plat, zoals zich ontlasten, zijn behoefte doen, drukken, kakken, en schijten, met grappige uitdrukkingen zoals "een bruine trui breien" of "een bommetje droppen".
punt (zn) : doelpunt, goal. treffer (zn) : doelpunt, goal.
What is the difference between a goal and an objective? A goal is a broader, more general statement of what you want to achieve, while an objective is more specific and measurable. The goal provides direction, while the objective defines concrete milestones to achieve that goal.
Leenwoorden zijn woorden die van oorsprong uit een andere taal komen. In Nederland zijn we ze intussen als Nederlandse woorden gaan beschouwen.
Auto komt van het Franse leenwoord auto-mobiel en komt niet direct uit het Grieks. Eline Spē voor beneden de rivieren dus.
Een bastaardwoord is een leenwoord waarvan de oorspronkelijke vorm aan de spelling, fonologie of morfologie van de nieuwe taal is aangepast. De woorden zijn dus aangepast, maar als dusdanig vaak nog herkenbaar als woord van vreemde afkomst. Nederlandse voorbeelden van bastaardwoorden: calorie, krant, sigaar, pover.
18.242 woorden, 138 talen
De Uitleenwoordenbank van het Nederlands spreekt van 18.242 Nederlandse leenwoorden in 138 talen. Baas is dus het meest populaire Nederlandse woord, maar wat te denken van tafel? Dat is namelijk via Engeland, Duitsland en Scandinavië de hele wereld overgegaan, tot zelfs in Japan.
Überhaupt is een leenwoord uit het Duits dat “hoe dan ook”, “toch al”, “sowieso” of “in het geheel genomen” betekent. Hoewel de umlaut op de “u” niet nodig is voor de uitspraak, is deze wel overgenomen uit het Duits. “Uberhaupt” zonder umlaut is dus geen toegestane spelling van het bijwoord überhaupt.
Ingeburgerde Engelse samenstellingen zoals website, webdesigner, homepage, peptalk, salesmanager en nog duizenden andere zijn in het Nederlands één woord, ongeacht hun spelling in het Engels. Dit geldt ook voor samenstellingen van een Engels en een Nederlands woord, zoals e-mailadres, housemuziek en gebruikerssoftware.
Leenwoorden zijn woorden in de Nederlandse taal die afkomstig zijn uit een andere taal en (meestal) een afwijkende spelling hebben. Historisch gezien zijn dit vooral leenwoorden uit de Franse taal en uit de Engelse taal.
De 12 woordsoorten in het Nederlands zijn: zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord, bijwoord, lidwoord, voorzetsel, voegwoord, telwoord, tussenwerpsel, en vaak worden ook de hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden apart genoemd, of worden de voornaamwoorden (persoonlijk, bezittelijk, vragend, etc.) en werkwoorden (zelfstandig, hulp-, koppel-) verder uitgesplitst, wat tot ongeveer 12 of meer categorieën kan leiden.
Als een Engels leenwoord een 'e'-klank heeft, schrijf je vaak een 'a'. Spreek de volgende woorden maar eens hardop uit: 'jack', 'racket' en 'laptop'. Je hoort hier telkens een /e/, maar toch schrijf je een 'a'. Leenwoorden uit het Engels die een 'ee'-klank hebben, schrijf je met een 'a' of 'ai'.
De lange o-klank (/ō/) is te horen in woorden als boat, snow en go . Deze klank kan op verschillende manieren in schrift worden weergegeven, bijvoorbeeld: Een klinker (o) gevolgd door een medeklinker en een stomme -e (hope, cone).
doel o. (meestal gebruikt)
The team worked together to reach the goal. Het team werkte samen om het doel te bereiken. The two companies pursue a common goal. De twee bedrijven jagen een gezamenlijk doel na.
Meer woorden die rijmen op goali