Duiken hoeft niet claustrofobisch te zijn en wordt door velen juist als bevrijdend ervaren. Hoewel de gesloten uitrusting (masker, wetsuit) of een beperkte omgeving (grotten) angst kan opwekken, leert men dit vaak beheersen door ademhalingstechnieken en oefening in rustig water. Veel duikers met milde claustrofobie vinden rust onder water. PADI +3
Beginnen bij het begin: Open Water duikers
Tijdens de open water diver cursus, heb je geleerd dat de maximale diepte voor jou 18 meter is. Dat is wanneer je jouw brevet hebt gehaald. De eerste twee duiken van de open water diver cursus, mag je maximaal naar 12 meter diepte.
Hoesten/verstikken
Of misschien krijg je wat water naar binnen omdat je onderwater probeert te lachen naar je buddy. Het is prima om in je automaat te hoesten zodat je luchtweg vrijgemaakt wordt. Als je een kriebel in je keel voelt opkomen, probeer dan naar een plek te zwemmen waar je nergens tegenaan kunt zwemmen.
In Nederland overlijden ongeveer 10 -15 duikers per jaar. De meeste van deze dodelijke duikongevallen betreft oudere duikers (> 50 jr).
Is duiken moeilijk? Nee, duiken is niet moeilijk. Een gezonde dosis verstand is voldoende. De beginnersopleiding (Open Water Diver cursus genaamd) bestaat uit een theoriedeel, zwembaddeel en buitenwaterdeel.
Het is normaal om bang te zijn ; ademen onder water is immers behoorlijk onnatuurlijk. Maar met de juiste training en mindset kun je die angst omzetten in opwinding. Angst overwinnen is een reis, en duiken is daarop geen uitzondering.
Maar omdat het vocht al door de nieren naar de blaas is gebracht, is dit niet meer terug te halen. En in veel gevallen heb je al onder water geplast in je pak omdat de druk te groot werd in je blaas. Je hebt dus een ondervulling van je vaatstelsel. Deze hele gang van zaken verklaart al de vermoeidheid na het duiken.
De regel stelt dat de duikdiepte (in voet) en de tijd die onder water wordt doorgebracht (in minuten) samen niet meer dan 120 mogen bedragen . Het doel van deze regel is om duikers binnen een marge te houden waarin ze ernstige risico's zoals stikstofnarcose en decompressieziekte kunnen vermijden.
Vooral kinderen tussen de 0 en 4 jaar lopen risico te verdrinken. Veel meer dan andere leeftijdsgroepen.
Het is dus belangrijk om na het duiken een aantal dingen te vermijden om veilig en succesvol te kunnen ontgassen.
Bij technisch duiken zorgt de 1/3-regel ervoor dat duikers voldoende gas hebben voor de afdaling, de terugkeer en noodgevallen . De regel verdeelt de totale gasvoorraad in drie delen: een derde voor de afdaling en verkenning, een derde voor de terugkeer en een derde als reserve, wat de veiligheid in uitdagende omgevingen verhoogt.
Het fenomeen van verhoogde urineproductie tijdens het duiken, bekend als immersie diurese, is het resultaat van de reactie van het lichaam op onderdompeling in koud water — de kerntemperatuur van het lichaam daalt, waardoor de bloedvaten samentrekken en de bloeddruk stijgt.
Tijdens het duiken ademen we langzaam en diep. Op deze manier ademhalen is beter voor het luchtverbruik omdat de uitwisseling van luchtmengsels doelmatiger is als de lucht in de longen wordt getrokken en langzaam weer wordt losgelaten.
Blijf ademen: De belangrijkste regel van het duiken is simpelweg, blijf ademen. Oefen op een ontspannen ademhaling door je mond, dan verbruik je ook minder zuurstof en kun je je drijfvermogen beter onder controle houden.
Je moet wel kunnen zwemmen om te kunnen duiken, maar het vereiste niveau is veel lager dan de meeste mensen denken . Bij duiken draait het niet om snel zwemmen, krachtige slagen of atletische prestaties. Het gaat erom dat je kalm en op je gemak bent in het water.
Bij verdrinking is het slachtoffer bewusteloos. Hij reageert niet op een aanspreking ('Wat is er gebeurd? ') of op een pijnprikkel (knijpen in de huid of oorlel). De persoon ademt niet meer, en er is geen polsslag te voelen.
De gebeurtenissen die tot verdrinking leiden, kunnen in de volgende volgorde worden ingedeeld: (i) poging om de luchtwegen vrij te houden van water, (ii) eerste onderdompeling en adem inhouden, (iii) aspiratie van water, (iv) bewusteloosheid, (v) hart- en ademstilstand en (vi) overlijden – niet meer te reanimeren.
Verdrinkingsproces. Een verdrinkingsproces duurt 3 à 7 minuten, waarvan maximaal 3 minuten bij bewustzijn. Voor de verdrinking zelf (die begint met de onderdompeling) kunnen twee voorfasen optreden, indien het slachtoffer bij bewustzijn te water raakt.
Houd je adem niet in .
Dit is zonder twijfel de allerbelangrijkste veiligheidsregel voor duiken, omdat het negeren ervan dodelijk kan zijn. Als je je adem inhoudt onder water op de diepten die duikers bereiken, kan de fluctuerende luchtdruk in je longen de longwanden beschadigen.
10 tips om goed te leren duiken
Het advies is na drie tot vier duikdagen een dag niet te duiken om het lichaam weer even te laten bijkomen. In de regel doen heel weinig mensen dat. Mijn advies is om het aantal duiken te beperken tot drie, hooguit vier per dag. Dat is al een serieuze belasting voor het lichaam.
Fysieke inspanning na het duiken – vooral inspanning waarbij zware inspanning van spieren, gewrichten of waarbij sprake is van snelle beweging van de ledematen – kan de vorming van belletjes in het lichaam vergroten, wat het risico op decompressieziekte kan verhogen.
Decompressieziekte, ook wel gegeneraliseerd barotrauma of de duikersziekte genoemd, verwijst naar letsel dat wordt veroorzaakt door een snelle afname van de omgevingsdruk, zowel van lucht als van water. Het komt het meest voor bij duikers die met perslucht of diepzeeduikers werken, maar het kan ook optreden tijdens reizen op grote hoogte of in vliegtuigen zonder drukcabine.