De pneumokokkenvaccinatie is zeker zinvol voor risicogroepen (60-plussers, mensen met verminderde afweer of longziekten), omdat het de kans op een ernstige longontsteking of bloedvergiftiging met ongeveer 30% verkleint. Het beschermt enkele jaren en maakt de ziekte minder ernstig. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu | RIVM +3
Je loopt minder risico om ziek te worden door een besmetting met pneumokokken. Als je toch ziek wordt, dan is dat vaak minder ernsti. De prik beschermt je 5 jaar. Je hoeft deze dus niet, zoals bij de griepprik, jaarlijks te halen.
Over het algemeen kunnen we stellen dat het pneumokokkenvaccin 50 tot 70% effectief is in het voorkomen van ernstige pneumokokkenziekte veroorzaakt door een van die soorten die ook in het vaccin zitten.
De nadelen van een pneumokokkenprik zijn: Op de plek van de prik kun je last hebben van wat pijn, roodheid of een lichte zwelling. De pneumokokkenprik beschermt je tegen de 23 meest voorkomende pneumokokken. De prik voorkomt dus niet alle pneumokokkenziekten.
Hoe meer mensen dicht op elkaar zitten, hoe groter de kans is om besmet te raken met de bacterie. Tot 70% van alle jonge kinderen en tot 30% van alle volwassenen heeft pneumokokken in de neus of keel, zonder ziek te zijn. Maar ze kunnen de bacterie wel aan andere mensen doorgeven.
Pneumokokken zijn bacteriën die veel mensen ongemerkt bij zich dragen. Vaak merk je er niets van. Maar soms zorgen ze voor ziektes zoals longontsteking, hersenvliesontsteking of bloedvergiftiging. Vooral longontsteking kan je lang blijven achtervolgen: vermoeidheid, benauwdheid en minder energie zijn geen uitzondering.
Mensen van 50 jaar en ouder lopen een verhoogd risico op pneumokokkenpneumonie en invasieve pneumokokkenziekte, ongeacht hoe gezond ze zich voelen. Ook mensen van 19 jaar en ouder met bepaalde chronische aandoeningen of die bepaalde medicijnen gebruiken die het immuunsysteem onderdrukken, lopen een verhoogd risico.
Je krijgt twee verschillende vaccins tegen pneumokokken, met een tussentijd van 2 maanden. Het 2e vaccin, pneumovax23, moet elke 5 jaar herhaald worden.
Hoewel het griepvaccin geen volledige bescherming biedt tegen longontsteking , blijft het een van de meest effectieve middelen om het risico op ernstige luchtwegaandoeningen te verlagen. Voor mensen met een verhoogd risico biedt de combinatie met het pneumokokkenvaccin een complete bescherming tegen twee potentieel ernstige infecties.
In het kort. Veelvoorkomende bijwerkingen van de pneumokokkenvaccinatie zijn onder andere: hoofdpijn, je niet lekker voelen, vermoeidheid, reacties op de prikplek, spierpijn en pijn in de gewrichten. Bijwerkingen ontstaan meestal binnen één tot twee dagen na vaccinatie en gaan binnen een paar dagen vaak vanzelf over.
Bijwerkingen van de Pneumokokkenvaccinatie Meer informatie
De meeste bijwerkingen beginnen binnen 1 dag na de vaccinatie en zijn binnen een paar dagen weer verdwenen.
Ja, je kunt nog steeds een longontsteking krijgen, zelfs als je de aanbevolen pneumokokkenvaccinaties hebt gehad . Er zijn veel bacteriën, schimmels en virussen die longontsteking kunnen veroorzaken.
Besmetting via zoenen
In enkele gevallen dringt de pneumokok door in de bloedbaan of het zenuwstelsel waar het bloedvergiftiging of hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Het 'dragen' van de pneumokok in de neus- en keelholte is besmettelijk. Besmetting gebeurt via de lucht of door direct contact, bijvoorbeeld zoenen.
Veiligheid en bijwerkingen
Veel landen om ons heen prikken al met het nieuwe PCV20-vaccin. Wel kunt u last van bijwerkingen krijgen zoals pijn of gevoeligheid op de prikplek, spierpijn, vermoeidheid, hoofdpijn of gewrichtspijn.
Mogelijke bijwerkingen
Net als andere vaccinaties of medicijnen kan de prik tegen pneumokokken bijwerkingen geven. U kunt last krijgen van: Hoofdpijn. Gewrichtspijn.
Beide ziekteverwekkers kunnen longontsteking, longontsteking en ademhalingsproblemen veroorzaken, vooral bij jonge kinderen en ouderen. Alle volwassenen van 60 jaar en ouder wordt aangeraden zich te laten vaccineren tegen RSV . Alle volwassenen van 65 jaar en ouder dienen zich te laten vaccineren tegen longontsteking.
Houd er rekening mee dat er twee situaties zijn waarin vaccins niet tegelijkertijd mogen worden toegediend: mensen met anatomische asplenie (die geen milt hebben) of functionele asplenie (waarbij de milt niet goed functioneert) of mensen met hiv mogen het meningokokkenvaccin (MCV4) en het pneumokokkenconjugaatvaccin (PCV13) niet tegelijkertijd krijgen.
Patiënten kunnen op een moment direct beide vaccinaties ontvangen en hoeven niet op twee verschillende momenten gevaccineerd te worden.
Ja, een pneumokokkenvaccinatie is zeer zinvol, vooral voor jonge kinderen, ouderen (vanaf 60 jaar) en mensen met een verminderde weerstand, omdat het de kans op ernstige infecties zoals longontsteking en hersenvliesontsteking aanzienlijk verkleint, vaak met een langdurige bescherming na een eenmalige prik. Het beschermt tegen ernstige ziekte, maakt de beloop minder heftig, en er is nu een nieuw vaccin dat beter en langer beschermt tegen meer typen bacteriën.
Dat type vaccin biedt langduriger bescherming dan polysacharidevaccins. Iedere 5 jaar opnieuw vaccineren is daardoor niet meer nodig.
Hoe vaak een pneumokokkenvaccinatie nodig is, hangt af van je leeftijd en risicogroep: baby's krijgen het via het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) op 3, 5, en 12 maanden, terwijl ouderen (60+) een gratis prik krijgen bij 60 jaar, vaak in het najaar, met mogelijk herhaling om de 5 jaar. Voor specifieke risicogroepen kan het schema anders zijn, met een herhaling om de 5 jaar bij bepaalde vaccins (PPV23) en ernstige aandoeningen, terwijl nieuwere vaccins (PCV20) mogelijk maar één keer nodig zijn voor langere bescherming.
De bacterie Streptococcus pneumoniae kan infecties veroorzaken die pneumokokkenziekte worden genoemd. De bacterie verspreidt zich via direct contact met ademhalingssecreties . Het risico voor een persoon kan variëren als gevolg van vele factoren.
Door pneumokokken kun je verschillende ziektes krijgen: Je krijgt bijvoorbeeld een oorontsteking of bijholte-ontsteking. Als de bacterie verder je lichaam in komt, kun je een longontsteking, hersenvlies-ontsteking of sepsis krijgen. De meeste mensen die ziek worden door pneumokokken krijgen een longontsteking.
Volgens de CDC en de American Academy of Pediatrics behoren lekkage van hersenvocht, cochleaire implantaten, diabetes, hiv-infectie of immuundeficiënties (aangeboren, verworven of als gevolg van medicatie), anatomische of functionele asplenie, sikkelcelziekte en ... tot de risicofactoren voor pneumokokkenziekte.