Een losse LED (diode) verdraagt doorgaans een voorwaartse spanning van ca. 1,9V tot 3,6V, afhankelijk van de kleur. De maximale spanning in sperrichting (inverse spanning) is zeer laag, vaak niet meer dan 5V. Het is cruciaal om een serieweerstand te gebruiken, omdat een LED stroomgestuurd is en niet direct op een hogere spanning mag worden aangesloten. Circuits Online +5
Basisgegevens van de LED
Veel LED's hebben een aansluitspanning van 2-3,5V en een maximale stroom van 20mA. Technisch gezien zijn LED's stroom beperkt en niet spanning. Het is dus belangrijk dat de maximale stroom waarde nooit overschreven wordt.
Veruit de meeste led-lampen werken echter op een lagere spanning van ca. 1 tot ca. 64 Volt. Deze laatste led-lampen onderscheidt men in twee groepen: CC (Constant Current: 350mA, 700mA of 1000mA) en CV (Constant Voltage: meestal 12V, 24V of 28V).
Voltage is de elektrische spanning waarmee stroom door een ledstrip loopt. Bij LED verlichting wordt meestal gekozen voor 12 volt of 24 volt, omdat deze spanningen veilig zijn en efficiënt samenwerken met moderne led technologie. Hoe hoger het voltage, hoe minder stroomverlies optreedt over de afstand.
De maximale spanning voor een 12V LED bedraagt doorgaans ongeveer 12 volt , en ze zijn vaak verkrijgbaar in strips of modules. Deze LED's zijn bijzonder geschikt voor systemen die een 12V DC-ingang vereisen, zoals auto-, tuin- en camperverlichting.
Het vervangen van 12V halogeenlampen of gloeilampen door LED-lampen is een verstandige stap richting energiezuinige en duurzame verlichting. Bij deze overstap is het belangrijk rekening te houden met factoren zoals wattage, kleurtemperatuur (Kelvin), dimbaarheid en de juiste transformator of voeding.
Voorwaarste spanning (V_f)
Rode LED: ongeveer 2,0V. Groene LED: ongeveer 2,2V tot 3,0V. Blauwe en witte LED: ongeveer 3,0V tot 3,5V.
Net als signaaldiodes worden LED's gekenmerkt door hun voorwaartse spanning en voorwaartse stroom. Doorgaans ligt de voorwaartse spanning tussen 1,2 en 3,6 V en de voorwaartse stroom tussen 10 en 30 mA . De stroom-spanningskarakteristiek (IV-curve) is een belangrijke grafiek in elk LED-datasheet.
Een elektrische schok door statische elektriciteit kan 20.000 volt of meer bedragen, maar met een extreem lage stroomsterkte en gedurende een extreem korte tijd: Onschadelijk . Een 9V-batterij heeft een onvoldoende spanning om een gevaarlijke stroom door het lichaam te leiden: Onschadelijk.
De nadelen van LED-verlichting zijn de hogere aanschafprijs, gevoeligheid voor warmte (waardoor goede koeling essentieel is), mogelijke kwaliteitsverschillen (vooral bij goedkope lampen), het risico op flikkering (kan vermoeidheid/hoofdpijn veroorzaken), en soms een beperkte lichtverspreiding (bij spots) of slechte kleurweergave bij goedkopere varianten. Desondanks verdient de investering zich vaak terug door energiebesparing en lange levensduur, mits je kiest voor kwaliteit.
Bij LED verlichting moet er dus altijd een trafo tussen het netstroom en jouw lamp.
Een ledlamp verbruikt tot 90 procent minder energie dan een gloeilamp met dezelfde lichtopbrengst. Dit betekent dat als uw armatuur geschikt is voor 60 watt, u gerust ledlampen van 75 watt, 100 watt of 125 watt kunt gebruiken .
12V LED-lampen voor gebruik in voertuigen
LED-lampen zoals die wij op voorraad hebben, zijn speciaal ontworpen voor 12V-accusystemen en kunnen daarom een variabele gelijkspanning tot ongeveer 15V verdragen zonder dat de LED-unit beschadigd raakt of aan kwaliteit inboet.
Verschil tussen AC en DC led trafo's
Er bestaan voedingen die wisselspanning (AC) of gelijkspanning (DC) leveren. Voor moderne LED-systemen is gelijkspanning vrijwel altijd vereist. DC sluit beter aan op de interne elektronica en voorkomt onrustig licht.
24V is beter geschikt voor LED's .
Een 12V LED-strip bestaat doorgaans uit 3 LED's in serie per string. Omdat elke LED 3V levert, bedraagt de totale LED-spanning slechts 9V, oftewel ongeveer 75% van de totale spanning. De resterende spanning wordt afgevoerd door een stroombegrenzingsweerstand.
Om de spanning van een LED met een multimeter te controleren, stelt u de meter in op gelijkspanning (DC), schakelt u de LED-schakeling in en plaatst u de rode meetpen op de positieve pool en de zwarte meetpen op de negatieve pool . Lees de weergegeven waarde af; deze moet overeenkomen met de nominale voorwaartse spanning van de LED (bijvoorbeeld ~12V voor LED-strips, ~2-3V voor individuele LED's).
LED's kunnen werken met wisselstroom , maar ze lichten alleen op tijdens de helft van de wisselstroomcyclus waarin de LED in de doorlaatrichting is geschakeld. Hierdoor schakelt de LED aan en uit met de frequentie van de wisselstroom.
Diode-LED-producten werken alleen zoals gespecificeerd als er een spanningsval van 3% of minder optreedt tussen de driver en de LED-lampen. De mate van spanningsval wordt bepaald door vier hoofdfactoren: ingangsspanning (12V of 24V), kabellengte, draaddikte en het totale vermogen van de armatuur (Watt en Ampère).
De maximale spanning die je er probleemloos op mag zetten is 0,7 Volt (gelijkspanning). Je led zal dan erg weinig licht geven. De methode bij een led is dat je altijd een juiste voorschakelweerstand gebruikt, zodat de led de juiste stroom krijgt.
De warmwitte 5mm LED (T-1 ¾ doorsteekmontage) is extreem helder met 20.000 mcd; de typische voorwaartse spanning is 3,2 Vdc en de stroomsterkte 20 mA, met een maximale voorwaartse stroom van 30 mA .
Ja, je kunt een LED-lamp verkeerd aansluiten, wat vaak resulteert in niet werken, maar bij krachtigere of verkeerd aangesloten 230V LED TL-buizen kan het leiden tot het uitspringen van de aardlekschakelaar of zelfs tot brandgevaar door oververhitting of kortsluiting, hoewel veel moderne LED-producten beschermingsmechanismen hebben. Bij kleine, losse LED's (zoals in modelbouw) gaat de LED niet kapot, maar licht niet op bij omgekeerde polariteit; dan draai je hem gewoon om. Het belangrijkste is dat je bij 230V LED-producten altijd de L (fase) en N (nul) draden correct aansluit en de specificaties van de fabrikant volgt, eventueel met een professional, om gevaarlijke situaties te voorkomen.
Ja, een LED TL kan in een bestaand armatuur, maar er zijn twee hoofdmethoden: retrofit (alleen buis vervangen met LED-starter) voor eenvoudige installatie, of een volledige ombouw (starter én voorschakelapparaat (VSA) verwijderen, direct op 230V aansluiten) voor optimale efficiëntie, waarbij een volledige ombouw vaak beter is voor professionele toepassingen.
We hebben een assortiment GU5.3 -lampen in zowel LED- als halogeenuitvoering . U kunt kiezen uit verschillende wattages, kleuren, afwerkingen en maten. Wilt u geld besparen? Kies dan voor de LED-versie, die veel energiezuiniger is dan de ouderwetse halogeenlampen.
Om die veilig en goed te laten werken, heb je een transformator nodig. Dat noemen we ook wel een LED-trafo. Een LED-trafo zet de netspanning om naar een lagere spanning die geschikt is voor jouw LED-verlichting. Zo weet je zeker dat je lampen niet alleen goed werken, maar ook langer meegaan.