Als je doorwerkt nadat je AOW of pensioen is ingegaan, word je dus niet gekort op je AOW of pensioen. Je mag onbeperkt bijverdienen. Maar je extra inkomsten kunnen wel gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor huur- en zorgtoeslag, als je die krijgt.
Belasting over bijverdienste naast AOW
Naast je AOW mag je onbeperkt bijverdienen. Maar let op: alle extra inkomsten worden belast.
Mensen die samenwonen en/of getrouwd zijn, krijgen sinds 1 juli 2024 een maandelijkse AOW van 1.067,47 euro. Dat bedrag is bruto én per persoon. Dit koppel houdt mét loonheffingskorting een netto AOW-bedrag van 1.010,69 euro per maand over. Zonder loonheffingskorting is dat 807,36 euro.
De arbeidskorting en de algemene heffingskorting vormen samen de loonheffingskorting. Verdien je in 2024 in totaal niet meer dan ongeveer 13.000 euro bruto, dan hoef je geen belasting te betalen. Vaak wordt voor studenten deze loonheffingskorting direct verrekend en krijg je dus meteen een hoger netto loon overgemaakt.
Vroeger werd bijverdienen na het pensioen niet echt gestimuleerd, omdat de gepensioneerde riskeerde zijn pensioenuitkering te verliezen. Die regeling werd door de regering Di Rupo al versoepeld: wie 65 is, mag vanaf nu onbeperkt bijverdienen.
Het heffingsvrije bedrag voor 2024 is € 57.000, dit is hetzelfde als in 2023. In 2025 stijgt het heffingsvrij vermogen naar € 57.684 per persoon. Heb je een fiscale partner? Dan mag je dit bedrag verdubbelen bij je aangifte.
Vermogen is bijvoorbeeld spaargeld, dure sieraden of een auto. Als u alleen woont geldt een maximumbedrag van € 7.770, en als u met uw partner of met een kind (jonger dan 18 jaar) woont € 15.540 (bedragen voor 2025).
In 2024 zien we een stijging van de AOW-bedragen ten opzichte van voorgaande jaren, in lijn met de aanpassingen aan de levenskosten en inflatie. Voor alleenstaanden stijgt de bruto AOW-uitkering naar ongeveer €1.541,53, een significante toename tegenover het bedrag in 2023.
De AOW-franchise van artikel 18a, derde lid, Wet LB per 1 januari 2025 is voorlopig vastgesteld op € 18.475. Dit bedrag is berekend door de per 1 januari 2025 geldende AOW-uitkering (incl. vakantietoeslag) voor gehuwde personen zonder toeslag te vermenigvuldigen met de factor 100/75.
Feitelijk betaal je geen belasting over een inkomen tot € 10.000,- op jaarbasis (2025). Maar dat is alleen zo als je totale inkomen lager is dan dit bedrag. Over het geld dat je naast je baan verdient, betaal je het gewone belastingtarief.
Belastingen. De tarieven voor de Inkomstenbelasting zijn lager als jij jouw AOW leeftijd hebt bereikt. Waar je voor je 67e in 2021 tot € 68.508,- 37,10% inkomstenbelasting betaalde, betaal je na je 67e tot € 35.942,- 19,20%.
Rekening houdend met de AOW, aanvullend pensioen, inkomen uit vermogen en overig aanvullend inkomen komt het gemiddeld netto pensioen in 2021/2022 uit op €2200,- – €2500,- per maand. Voor alleenstaanden ligt dit bedrag iets lager; gemiddeld tussen de €1400,- en €1700,-.
Naast je uitkering, pensioen of studiefinanciering mag je jaarlijks een maximaal bedrag onbelast bijverdienen, voor 2022 is dat € 8.450. Als je naast je inkomen uit werk wilt bijverdienen, kan dat niet belastingvrij, je geeft je bijverdiende bedrag op bij de Belastingdienst als 'inkomsten uit nevenactiviteiten'.
Ouderenkorting is een korting van € 2.035 op de inkomstenbelasting, waardoor u dus minder belasting hoeft te betalen. U heeft hier recht op als u de AOW-leeftijd heeft, op 31 december van het jaar waarover u belastingaangifte doet. Uw inkomen moet ook lager zijn dan € 45.308 bruto per jaar (in 2025).
Bedrag per maand vanaf 1 januari 2024: Brutobedrag met heffingskorting: € 2.089,70 (zonder heffingskorting: € 2.089,70) Loonheffingsbedrag met heffingskorting: € 86,67 (zonder heffingskorting: € 398,08) Bijdrage Zvw met heffingskorting: € 111,17 (zonder heffingskorting: € 111,17)
Als u AOW ontvangt, houdt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) bij het uitbetalen van de AOW al rekening met de loonheffingskorting. Is het pensioen hoger dan de AOW?Dan is het raadzaam dat u de korting laat toepassen op uw pensioen in plaats van op de AOW.
Een gemiddeld Nederlands huishouden had aan het begin van 2023 ongeveer € 50.000 aan spaargeld. Dat klinkt als veel geld, maar toch blijkt uit een recent onderzoek van het Nibud (2024) dat 41% van de Nederlanders minder dan 10% van hun inkomen spaart.
Geen limiet voor de AOW zelf
Goed nieuws: voor de AOW-uitkering zelf maakt het niet uit hoeveel spaargeld u heeft. De AOW is een basispensioen dat u ontvangt omdat u in Nederland heeft gewoond of gewerkt.
Stel je totale vermogen in box 3 is €70.000. Het heffingsvrij vermogen bedraagt momenteel €57.684. Je betaalt dan dus belasting over €70.000 – €57.684 = €12.316. Wat hierbij belangrijk is om te weten is dat wanneer je een fiscaal partner hebt, het heffingsvrij vermogen verdubbelt naar €114.000.
Als je doorwerkt nadat je AOW of pensioen is ingegaan, word je dus niet gekort op je AOW of pensioen. Je mag onbeperkt bijverdienen. Maar je extra inkomsten kunnen wel gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor huur- en zorgtoeslag, als je die krijgt.
Over het belastingjaar 2022 geldt een heffingsvrij vermogen van 50.650 euro (voor fiscaal partners is dat 101.300 euro). Dat betekent dat als jouw vermogen op 1 januari 2022 lager is dan dit bedrag, je geen belasting hoeft te betalen over je vermogen.