Volgens de APA-richtlijnen (7e editie) verwijs je naar jezelf in de eerste persoon ('ik' of 'wij') in plaats van de derde persoon ("de auteur", "de onderzoeker"). Gebruik directe taal om acties of ideeën toe te schrijven aan jezelf, bijvoorbeeld: "In dit onderzoek heb ik...". LibGuides +2
APA-citatieformaat:
Uw achternaam, eerste initiaal. (Jaar). Titel van het artikel. Niet-gepubliceerd manuscript, Naam van de universiteit.
Als je verwijst naar de inhoud van een enquête die je zelf hebt afgenomen, hoef je geen formele verwijzing in de tekst of bronvermelding in de literatuurlijst op te nemen. Als je verwijst naar de data van iemand anders' enquête, gebruik je het APA-format van het type bron waarin de enquête is opgenomen.
Mag ik een citaat omzetten in mijn eigen woorden? Als je een tekst citeert, dan neem je dit deel letterlijk over: je tikt dus woord voor woord wat er in de oorspronkelijke tekst staat. Het is ook mogelijk om in je eigen woorden te beschrijven wat er in een bepaald deel van de tekst staat. Dit heet parafraseren.
SCHRIJFSTIJL
Volgens de APA-richtlijnen moet je in de eerste persoon schrijven. Als je de enige auteur bent, gebruik dan het voornaamwoord 'ik' . Als je samen met anderen aan een artikel werkt, gebruik dan het voornaamwoord 'wij'. Verwijs NIET naar jezelf of je mede-auteurs in de derde persoon als 'de auteur(s)' of 'de onderzoeker(s)'.
Ja, de APA-richtlijnen raden aan om de voornaamwoorden 'ik' of 'wij' te gebruiken wanneer je in je tekst naar jezelf of een groep verwijst . In de APA-stijl mag je niet in de derde persoon over jezelf spreken.
In de meeste contexten is het raadzaam om voornaamwoorden in de eerste persoon (bijvoorbeeld 'ik', 'mij') te gebruiken om naar jezelf te verwijzen. In sommige academische teksten wordt het gebruik van de eerste persoon echter afgeraden en wordt schrijvers geadviseerd om in plaats daarvan in de derde persoon naar zichzelf te verwijzen (bijvoorbeeld als 'de onderzoeker').
Om naar jezelf te verwijzen, als je dat gepast vindt voor je paper, kun je ofwel in de derde persoon over jezelf spreken , zoals Clements (2013) bijvoorbeeld stelde, of, als de opdracht een meer informele persoonlijke verwijzing toestaat, kun je schrijven: "Zoals ik in een eerdere paper heb besproken..." Ook hier zou je ...
Antwoord Gemaakt met AI
Door jezelf kort voor te stellen in de inleiding van het verslag, geef je de lezer een idee van wie je bent en waarom je gekwalificeerd bent om over het onderwerp te schrijven. Het is belangrijk om beknopt te blijven en alleen relevante informatie te delen.
Moeten interviews worden opgenomen in een APA-literatuurlijst? Interviews die je zelf afneemt, worden niet opgenomen in je literatuurlijst. In plaats daarvan citeer je ze in de lopende tekst als persoonlijke communicatie. Gepubliceerde of opgenomen interviews worden wel toegevoegd aan de literatuurlijst.
Officieel is zelfplagiaat geen echt plagiaat, omdat je niet onrechtmatig het werk van anderen overneemt en presenteert als je eigen werk. Toch kunnen hogescholen en universiteiten je essay, scriptie of andere academische tekst afkeuren als je je eigen teksten recyclet.
Als je gebruikmaakt van persoonlijke communicatie, dan vermeld je deze bronnen niet in de literatuurlijst. De lezer kan de bron immers niet controleren of terugvinden. Dit betekent dat je de persoonlijke communicatie wel in tekst noemt, maar niet in de literatuurlijst opneemt.
Dat betekent dat je teksten hergebruikt die je eerder zelf hebt geschreven zonder er een bronvermelding bij te zetten. Zelfplagiaat is een veelvoorkomende vorm van plagiaat. Ook al neem je in principe niet het werk van anderen over, toch keuren veel onderwijsinstellingen het recyclen van je eigen werk af.
Er zijn drie hoofdregels voor citaten in APA-stijl:
Een APA-bronvermelding voor een krantenartikel bestaat uit de auteursnaam, publicatiedatum, krantenkop, en de naam van de krant (schuingedrukt). Een bronvermelding voor een gedrukte krant bevat een paginanummer of -bereik, terwijl bronvermeldingen voor online kranten een raadpleegdatum en URL bevatten.
Een citaat wordt altijd tussen dubbele aanhalingstekens geplaatst. Het citaat wordt gevolgd door een verwijzing tussen haakjes - achternaam auteur(s), jaartal, paginanummer(s) - of door de auteur(s) in de tekst te noemen. Let op: Een citaat wordt niet cursief geschreven.
Hieronder een aantal tips over hoe jij jezelf succesvol voorstelt en een nuttig gesprek begint:
Figuren opmaken in APA-stijl
Verwijzen naar persoonlijke communicatie
Als je naar persoonlijke communicatie verwijst in je tekst, zet je de initialen en achternaam van je bron tussen haakjes, samen met de woorden “persoonlijke communicatie”, en de datum waarop je de informatie hebt verkregen.
Regels voor citeren
Het citaat wordt gevolgd door een verwijzing tussen haakjes waarin achtereenvolgens de achternaam van de auteur(s), het jaartal en paginanummer(s) worden genoemd; Paginanummers worden aangeduid met de afkorting 'p. ' (page).
Citeren is het letterlijk kopiëren van andermans woorden. Dit kan een zinsdeel, een zin of een alinea zijn. Hierbij is het belangrijk dat je de geciteerde tekst tussen aanhalingstekens plaatst en dat je correct verwijst naar de originele auteur(s) in de tekst en in de literatuurlijst.
Een citaat zet je altijd tussen dubbele aanhalingstekens. Aan het eind van de laatste zin van een citaat staat de punt binnen de aanhalingstekens. Dit geldt ook voor vraagtekens en uitroeptekens. Er komt geen extra punt achter het citaat.
Auteurs moeten in hun artikelen vaak naar zichzelf verwijzen. Het gebruik van de eerste persoon (ik, mijn, wij, onze) is de duidelijkste en meest beknopte manier om dit te doen.
Ik ben een hardwerkend en gedreven persoon die niet bang is om een uitdaging aan te gaan . Ik heb een passie voor mijn werk en weet hoe ik de klus moet klaren. Ik zou mezelf omschrijven als een open en eerlijk persoon die er niet in gelooft anderen te misleiden en die in alles wat ik doe eerlijk probeert te zijn.
Probeer zinnen die met 'ik' beginnen objectiever te herschrijven, zodat de focus ligt op het 'wat' – de emotie, het object, de persoon, de handeling, enzovoort – in plaats van op het zintuig waarmee het wordt ervaren of de ik-verteller die de ervaring beleeft. Gebruik de principes van de vrije indirecte rede om het aantal 'ik'-zinnen te verminderen.