Bij gebruik van sondevoeding is een goede mondhygiëne cruciaal, omdat de natuurlijke zelfreiniging van de mond door kauwen vaak wegvalt.
Poets uw tanden minimaal twee keer per dag met fluor bevattende tandpasta. Gebruik hiervoor een zachte tandenborstel; Houd uw mond vochtig door deze regelmatig te spoelen met water of stimuleer uw speeksel door te zuigen op een snoepje of te kauwen op kauwgom (beide suikervrij);
Het doorspoelen is belangrijk om verstoppingen te voorkomen. U moet de sonde minimaal 4 tot 6 keer per dag doorspoelen met 20 cc lauwwarm water. In ieder geval voor en na het toedienen van sondevoeding of het geven van medicijnen. Volg hiervoor onderstaande aanwijzingen.
De meeste slangen moeten minstens dagelijks met wat water worden doorgespoeld om verstopping te voorkomen – zelfs slangen die niet worden gebruikt.
Verzorging van mond en gebit
Tandenpoetsen
Ja, patiënten kunnen via de mond eten terwijl ze een voedingssonde hebben, zolang ze geen dysfagie (slikproblemen) hebben . Zodra u 60% tot 75% van uw calorieën en eiwitten via de mond binnenkrijgt, kan uw diëtist uw arts adviseren om de voedingssonde te verwijderen.
Spoel de sonde door met 60 ml (de meeste spuitmaten) warm water. U kunt hiervoor kraanwater gebruiken . Vermijd koud water, omdat dit ongemak en krampen kan veroorzaken. Spoel de sonde door vóór en na elke voeding.
bereid is deze sondevoeding op kamertemperatuur 4 uur houdbaar, in de koelkast 24 uur houdbaar.
Wanneer kunstmatige voeding de enige voedingsbron is, kunnen er onaangename gevoelens van gebrek aan eetlust optreden , zelfs als via een voedingssonde of parenterale voeding volledig aan de voedingsbehoeften wordt voldaan.
Soorten sondevoeding
Soms mag u naast de sondevoeding ook gewoon eten en drinken. Dit is afhankelijk van de precieze reden waarom u sondevoeding krijgt. Uw behandelend arts (en de diëtiste) overlegt met u of dit mogelijk is.
Het is belangrijk om zo hygiënisch (schoon) mogelijk uw sondevoeding toe te dienen om te voorkomen dat bacteriën in de voeding komen, waardoor de voeding kan bederven. Wij adviseren u: Uw handen te wassen voordat u de sondevoeding toedient. De spuiten, waarmee u de sonde doorspuit, 2 keer per week te vervangen.
Meer concreet onderscheiden we de volgende complicaties:
Wanneer je een dag niet poetst, krijgen die bacteriën vrij spel. Ze vormen een laagje tandplak — een dunne, kleverige film op je tanden en tandvlees. Na een paar uur is die al voelbaar, bijvoorbeeld als je met je tong over je tanden gaat. Laat je die plak te lang zitten, dan kan het zich verharden tot tandsteen.
De aanbevolen poetsduur is 2 minuten. Te lang tandenpoetsen zou je glazuur en tandvlees kunnen beschadigen2.
Het gebruik van mondwater mag niet direct na het poetsen gebeuren - dit spoelt de fluoride van de tandpasta immers weg (ook al bevat mondwater fluoride, toch beschermt de fluoride van de tandpasta het gebit aanzienlijk meer). Voorzichtigheid is geboden na de inname van zuurhoudende voedingsmiddelen en dranken (bijv.
Uw kind heeft geen verpleegkundige en medische zorg meer nodig. Als het uw kind niet zelf lukt om genoeg te eten en drinken, is sondevoeding thuis nodig. Het heeft al van een sonde. Als u met uw kind naar huis gaat, wordt het specialistisch team van de thuiszorg ingeschakeld.
Mogelijk wordt u misselijk doordat de sonde niet goed zit. Hierbij kan het helpen de positie van de sonde te laten verplaatsen; Mogelijk bent u misselijk doordat er een te hoge toedieningssnelheid is ingesteld. Door de toedieningssnelheid te verlagen zal de misselijkheid mogelijk kunnen zakken.
Het belangrijkste voor de verzorging van de voedingssonde is het regelmatig doorspuiten van de sonde met (kraan)water. Per keer gebruikt u ongeveer 20 milliliter water voor het doorspuiten. De voedingssonde moet minstens 4 tot 6 keer per dag worden doorgespoten.
Aan het uiteinde van de sonde zit een toedieningssysteem, waardoor sondevoeding, vocht en medicijnen gegeven kunnen worden. De PEG-sonde zit verborgen onder de kleding. Uw kind kan er gewoon mee douchen of zwemmen.
Als de sonde alleen gebruikt wordt om vocht aan te vullen, wordt meestal drie tot vier keer per dag een hoeveelheid water gegeven van 250 tot 300 ml. Zolang het slikken veilig is, kunt u naast de sondevoeding nog eten of drinken wat u lekker vindt.
Het inzetten van sondevoeding of parenterale voeding wordt niet aanbevolen bij patiënten in de palliatieve fase met ondervoeding of cachexie als daarbij de metabole stoornissen op de voorgrond staan en er geen ziektegerichte behandeling meer mogelijk is.
Sondevoeding kan je helpen op een goed gewicht te blijven. Ook als je ondervoed bent kan sondevoeding je voedingstoestand weer verbeteren en je op een gezond gewicht brengen. Een goede voedingstoestand is nodig om in goede conditie te blijven en zorgt voor een beter herstel.
buisgerelateerd
De sinussen kunnen verstopt raken, waardoor infecties (sinusitis) waarschijnlijker worden . Zelden komt een slangetje in de neus of mond in de luchtwegen terecht in plaats van in de slokdarm. Hierdoor kan voedsel in de longen terechtkomen. Wanneer het slangetje in de luchtwegen wordt geplaatst, hoesten en kokhalzen mensen die bij bewustzijn zijn.
Kunt u naast uw sondevoeding weer normaal voedsel verdragen? Bouw het gebruik van gewone voeding in overleg met uw diëtist of arts langzaam op. Daarnaast kunt u - ook nu in overleg met uw behandelaar - de sondevoeding in kleine stappen afbouwen. Eet kleine hoeveelheden per eetmoment.