Het woord voelt schrijf je met een t aan het einde. WikiWoordenboek
Je schrijft een 'd' of 't' afhankelijk van de werkwoordsvorm (persoonsvorm of voltooid deelwoord) en de stam van het werkwoord, met het ezelsbruggetje 't kofschip (T, K, F, S, C, H, P) voor de verleden tijd en voltooid deelwoord: is de laatste letter van de stam een van deze? Dan een 't', anders een 'd'; in de tegenwoordige tijd krijgt de stam vaak een 't' (of 'dt' als de stam al eindigt op 'd').
Het woord voelde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
"Beleefd" wordt altijd met een d geschreven, zowel als bijvoeglijk naamwoord (een beleefd persoon) als in de vervoegingen van het werkwoord "beleven" (ik beleefde, wij beleefden), omdat de stam van beleven (belev) eindigt op een v, en 'v' in het 't kofschip niet voorkomt, wat een 'd' als uitgang vereist in de verleden tijd.
Om dt-fouten te vermijden, gebruik je ezelsbruggetjes zoals het 'smurfen' of 'lopen'-principe: vervang het werkwoord door 'smurfen' (smurft) of 'lopen' (loopt) om te horen of er een 't' bij hoort (bv. 'hij smurft', 'hij loopt' -> dus 'hij werkt'). Voor voltooid deelwoorden gebruik je het 't kofschip'-principe (stam + t/d) of verleng je het woord (bv. 'het gestrande schip').
Het is vind jij (in een vraag) en jij vindt (in een bevestigende zin); de 't' valt weg als 'jij' achter de persoonsvorm staat in een vraag, omdat 'jij' dan het onderwerp is, terwijl 'jij vindt' correct is als 'jij' het onderwerp is dat voor de persoonsvorm staat (bv. "Jij vindt dat mooi"). De correcte vorm in een vraag is dus altijd de stam: Vind jij.
Vervoeging: ik verhuis, jij verhuist, hij verhuist, wij verhuizen. ik verhuisde, wij verhuisden.
Bij de voltooide tijd zal je dus nooit 'dt' tegenkomen. Werkwoorden waarvan de stam eindigt op een “d” krijgen in de voltooide tijd geen extra “t”, maar eindigen op die “d”. Daarom is het “is beantwoord” en niet “is beantwoordt” of “is beantwoort”.
"Vult" is de correcte vorm in de tegenwoordige tijd (hij/zij/het vult, jij vult), terwijl "vuld" een verouderde vorm is, en "gevuld" het voltooid deelwoord is (bv. "heeft gevuld"). Je gebruikt "vult" voor het actieve werkwoord in het nu, en "gevuld" om een toestand aan te geven die voltooid is (bv. "de emmer is gevuld").
Ik heb gehuild (met een d, ik heb gehuilde is onzin). Hij huilt (met een t, hij huilde kan heel goed).
Als "Feels like" gevolgd wordt door een zelfstandig naamwoord, gebruik je "what". Als "Feels" gevolgd wordt door een bijwoord, gebruik je "how". "What it feels like" en "how it feels" zijn vrijwel hetzelfde . "How it feels like" is echter grammaticaal incorrect.
"Vind je" is correct zonder -t omdat bij een vraag (inversie) waarbij het onderwerp je/jij direct achter het werkwoord komt, de -t vervalt, zelfs bij werkwoorden zoals 'vinden' waarvan de stam eindigt op een -d (zoals in 'hij vindt'). De 't' is nodig bij 'ik vind', 'hij/zij vindt', en 'u vindt', maar niet in vragen als 'vind je?', 'vind jij?', of 'vindt u?'. Het is een specifieke regel voor de vragende vorm met 'je'/'jij'.
Het bekendste ezelsbruggetje voor werkwoordspelling is 't ex-kofschip voor de verleden tijd en het voltooid deelwoord: de letters t, x, k, f, s, c, h, p (inclusief de 't') bepalen of je een '-te' of '-d' schrijft; is de laatste letter van de stam een van deze, dan '-te', anders '-d'. Voor de tegenwoordige tijd helpt de "smurfenregel" (of 'lopen' vervangen) om te horen of een '-t' nodig is (bijv. 'hij smurft' = 'hij wordt').
Bijvoorbeeld, ik vind school leuk, ik loop school leuk, ik hoor alleen de stam, dan schrijf ik, ik vind school leuk, vind T. A, dus jij vindt school leuk. Jij loopt school leuk.
Word of wordt ezelsbruggetje
Twijfel je plots tussen -t, -d of -dt in de tegenwoordige tijd? Vervang het werkwoord door 'smurfen'. Hoor je 'smurft'? Voeg een -t toe.
De correcte spelling is zoals beloofd, met een -d.
Zoals beloofd is een verkorte vorm van een formulering waarin beloofd een voltooid deelwoord is, en dus met een -d wordt geschreven. De weggelaten woorden kunnen er vanuit de context gemakkelijk bij gedacht worden.
Dt-fouten voorkomen met de smurfenregel
Een bekend ezelsbruggetje voor werkwoordspelling in de onvoltooid tegenwoordige tijd is de 'smurfenregel'. Het is eigenlijk heel simpel: vervang een werkwoord in de tegenwoordige tijd door een vorm van 'smurfen' en je hoort meteen of er een -t achter moet.
Wat is de verleden tijd van geleiden? De verleden tijd van geleiden is 'geleidde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft geleid'.
Het is konden (meervoud) en kon (enkelvoud) in de verleden tijd; 'konnen' is een foutieve spelling, maar de verwarring is logisch omdat 'kunnen' in de tegenwoordige tijd ook 'kunnen' (meervoud) en 'kan' (enkelvoud) heeft. 'Konden' gebruik je voor 'wij', 'jullie' en 'zij', terwijl 'kon' voor 'ik', 'jij' en 'hij/zij/het' is.