Je schrijft reageert met een -t aan het einde. Het is een vervoeging van het werkwoord reageren in de tegenwoordige tijd (hij/zij/het reageert). Het is geen voltooid deelwoord (gereageerd), dus schrijf je nooit een -d aan het einde.
De correcte vorm is 'reageert', met een t. Dit komt omdat het een vervoeging is van het werkwoord reageren in de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud (bijvoorbeeld: hij/zij reageert).
Het is waar: taalfouten kunnen behoorlijk irriteren. Wat te denken van veel voorkomende spelfouten als kado, aktie en reaktie, waarvan de officiële schrijfwijze al sinds 1995 gewijzigd werd in cadeau, actie en reactie.
Voltooid deelwoord = stam + d/t
Die bestaat uit een vorm van het hulpwerkwoord “zijn” of “hebben” en een voltooid deelwoord. De werkwoorden waarvan de werkwoordstam op een letter uit 't kofschip eindigt, krijgen een “t” erachter. Werkwoorden waarvan de stam niet op een letter uit 't kofschip eindigt, krijgen een “d”.
Om dt-fouten te vermijden, gebruik je ezelsbruggetjes zoals het 'smurfen' of 'lopen'-principe: vervang het werkwoord door 'smurfen' (smurft) of 'lopen' (loopt) om te horen of er een 't' bij hoort (bv. 'hij smurft', 'hij loopt' -> dus 'hij werkt'). Voor voltooid deelwoorden gebruik je het 't kofschip'-principe (stam + t/d) of verleng je het woord (bv. 'het gestrande schip').
De klanken /t/ en /d/ hebben dezelfde articulatiewijze en -plaats, maar verschillen in stemgeving (/t/ is stemloos en /d/ is stemhebbend). Theoretisch gezien zijn het dus precies dezelfde klanken, met als enige verschil dat onze stembanden trillen wanneer we een /d/ uitspreken en niet wanneer we een /t/ uitspreken .
Voeg geen t aan de stam toe als het onderwerp: ik is: ik maak / ik word, maak ik / word ik. jij/je is én achter de persoonsvorm staat: maak jij / word jij.
Antwoord, reactie, repliek, weerwoord, repliek betekenen allemaal iets dat gezegd, geschreven of gedaan wordt als reactie . Antwoorden impliceert het bevredigen van een vraag, eis, oproep of behoefte.
actie / aktie*, actief / aktief* De correcte spellingen zijn actie en actief.
Simpele regel: altijd aan elkaar
Samenstellingen (woorden uit twee of meer zelfstandige naamwoorden) schrijf je altijd aan elkaar, zonder spaties dus. Het is bijvoorbeeld autoverzekering en niet auto verzekering. Ook langere woorden schrijf je aan elkaar, tenzij er verwarring ontstaat.
Wederzijds op elkaar inwerken, zoals twee dingen . In omgekeerde richting of op een omgekeerde manier handelen, vooral om terug te keren naar een eerdere toestand. In oppositie handelen, bijvoorbeeld tegen een bepaalde kracht. Op een prikkel op een bepaalde manier reageren. Reageren op een schok door te springen; boos reageren op het woord 'lafbek'.
Het woord reageert staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Het correcte is verhoogd (met een d), omdat de stam van het werkwoord 'verhogen' eindigt op een 'g', wat geen letter uit het 'kofschip' (k, f, sch, p) is, en het voltooid deelwoord altijd een 'd' krijgt als de stam niet op een letter uit het 'kofschip' eindigt. Je gebruikt 'verhoogd' als voltooid deelwoord in combinatie met 'hebben' of 'zijn', zoals in 'het is verhoogd' of 'ik heb het verhoogd'.
Reageren definities
tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gereageerd (volt. deelw.) gedrag vertonen dat het antwoord is op iets anders Voorbeelden: 'met een glimlach reageren op de felicitaties' , 'alert reageren' Synoniemen: antwoorden ingaan responderen Spr...
Enkele veelgebruikte synoniemen voor 'reactie' zijn 'antwoord', 'tegenwerping', 'repliek' en 'weerwoord' . Hoewel al deze woorden 'iets dat gezegd, geschreven of gedaan wordt als reactie' betekenen, kan 'reactie' een snelle of spontane reactie impliceren op een persoon of zaak die als prikkel dient.
Om beleefd te reageren, begin met empathie: "Ik hoop dat het goed met je gaat." Vermijd vage oproepen tot actie zoals: "Ik zou het op prijs stellen als je zo snel mogelijk reageert." Verwijs in plaats daarvan naar je oorspronkelijke vraag en stel een deadline voor: "Zou ik je feedback uiterlijk donderdag kunnen ontvangen?" Bedank hen altijd voor hun tijd en flexibiliteit.
Een 't' komt achter de stam van een werkwoord in de tegenwoordige tijd bij onderwerpen als jij/je (voor het werkwoord), u, hij/zij/het, of een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud (stam + t), en in de verleden/voltooide tijd als de stam eindigt op een letter uit 't kofschip' (t, k, f, s, ch, p) (stam + te/ten/t). Gebruik het ezelsbruggetje 't kofschip (of 't fokschaap) voor de verleden tijd en vervang het werkwoord door 'lopen' in de tegenwoordige tijd om te horen of een 't' nodig is.
De correcte spelling is zoals beloofd, met een -d.
Zoals beloofd is een verkorte vorm van een formulering waarin beloofd een voltooid deelwoord is, en dus met een -d wordt geschreven. De weggelaten woorden kunnen er vanuit de context gemakkelijk bij gedacht worden.
In het Standaardnederlands is alleen hij wil juist. Hij wilt geldt echt als een fout, ook al komt het vaak voor. Volgens de taalnorm is alleen hij wil juist, net als zij wil, men wil, Eva wil, het kabinet wil, iedereen wil, de klant wil, enz.
Alle andere medeklinkers en alle klinkers zijn stemhebbend. Als we de regel van 't kofschip op verhuizen toepassen, volgt daaruit dat dit zwakke werkwoord met -de wordt vervoegd; de stam is immers [verhuiz]. Het voltooid deelwoord van verhuizen is verhuisd.
Moedertaalsprekers gebruiken deze uitspraak soms wanneer de T-medeklinker aan het einde van een gedachtegroep of zin staat, of wanneer ze een woord of lettergreep verbinden die begint met een klank met een vergelijkbare tongpositie, zoals een L, N of D. Dit komt bijvoorbeeld voor in de uitdrukking 'katten dutje'.
Betaald is het voltooid deelwoord van betalen: ik heb betaald, er is betaald, er wordt betaald, er zal wel betaald zijn. Betaald is hier met een d, omdat in de verleden tijd betaalde ook een d zit. In deze voorbeelden zijn andere werkwoordsvormen de persoonsvorm, respectievelijk heb, is, wordt en zal.