Het woord gedaan schrijf je precies zo: g-e-d-a-a-n.
Een 't' komt achter de stam van een werkwoord in de tegenwoordige tijd bij onderwerpen als jij/je (voor het werkwoord), u, hij/zij/het, of een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud (stam + t), en in de verleden/voltooide tijd als de stam eindigt op een letter uit 't kofschip' (t, k, f, s, ch, p) (stam + te/ten/t). Gebruik het ezelsbruggetje 't kofschip (of 't fokschaap) voor de verleden tijd en vervang het werkwoord door 'lopen' in de tegenwoordige tijd om te horen of een 't' nodig is.
Gedaan zijn in de betekenis 'voorbij zijn, afgelopen zijn' is standaardtaal in België. Vooral in gesproken taal is gedaan zijn in die betekenis heel gewoon. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn bijvoorbeeld voorbij zijn, afgelopen zijn of geëindigd zijn.
Het is vind jij (in een vraag) en jij vindt (in een bevestigende zin); de 't' valt weg als 'jij' achter de persoonsvorm staat in een vraag, omdat 'jij' dan het onderwerp is, terwijl 'jij vindt' correct is als 'jij' het onderwerp is dat voor de persoonsvorm staat (bv. "Jij vindt dat mooi"). De correcte vorm in een vraag is dus altijd de stam: Vind jij.
Je gebruikt 'vindt u' in de tegenwoordige tijd omdat 'u' de beleefdheidsvorm van de tweede persoon enkelvoud is, en daarbij komt een 't' achter de stam 'vind', ook al staat 'u' na het werkwoord; het ezelsbruggetje is te vergelijken met 'denkt u' (stam + t). In vragende zinnen met 'jij/je' is het juist 'vind je', niet 'vindt je'.
"Vind je" is correct zonder -t omdat bij een vraag (inversie) waarbij het onderwerp je/jij direct achter het werkwoord komt, de -t vervalt, zelfs bij werkwoorden zoals 'vinden' waarvan de stam eindigt op een -d (zoals in 'hij vindt'). De 't' is nodig bij 'ik vind', 'hij/zij vindt', en 'u vindt', maar niet in vragen als 'vind je?', 'vind jij?', of 'vindt u?'. Het is een specifieke regel voor de vragende vorm met 'je'/'jij'.
Om dt-fouten te vermijden, gebruik je ezelsbruggetjes zoals het 'smurfen' of 'lopen'-principe: vervang het werkwoord door 'smurfen' (smurft) of 'lopen' (loopt) om te horen of er een 't' bij hoort (bv. 'hij smurft', 'hij loopt' -> dus 'hij werkt'). Voor voltooid deelwoorden gebruik je het 't kofschip'-principe (stam + t/d) of verleng je het woord (bv. 'het gestrande schip').
➡️ "Has been done" en "have been done" staan beide in de voltooid verleden tijd passief . ➡️ We gebruiken de voltooid verleden tijd passief als we niet weten of niet willen vermelden wie de recente handeling heeft verricht, omdat we ons alleen richten op datgene wat de handeling ondergaat. ➡️ We gebruiken de vorm "has/have been + voltooid deelwoord werkwoord".
Iets is niet meer te veranderen; het is afgerond of definitief . Ik ben bijvoorbeeld vergeten mijn dividendinkomen in mijn belastingaangifte op te nemen, maar wat gedaan is, is gedaan – ik heb het formulier al verstuurd.
Je plaatst een 'n' achter woorden als alle(n), beide(n), enige(n), sommige(n), andere(n) en dezen als ze zelfstandig gebruikt worden (dus zonder zelfstandig naamwoord erachter) en verwijzen naar personen; in alle andere gevallen, bijvoorbeeld bij verwijzing naar zaken, blijft de 'n' weg.
In een tweeledige werkwoordelijke eindgroep met een voltooid deelwoord (zoals gedaan) kan het voltooid deelwoord vooraan of achteraan staan. Die vrijheid van volgorde geldt zowel voor gesproken als voor geschreven taal.
Gij werdt en werdt gij zijn de correcte vormen.
Wat is de regel van 't kofschip? Met 't kofschip (of 't ex-kofschip) bepaalt je kind of de persoonsvorm verleden tijd of het voltooid deelwoord van een zwak werkwoord op –d of –t eindigt. Eindigt de stam op t, k, f, s, ch, p (of x)? → dan schrijf je –t / –te / –ten.
Klaar . Iets dat klaar is, is afgerond, voorbij of afgelopen — het gebeurt niet meer.
"Ik heb gedaan/geweest", daarentegen, vertelt je dat je iets deed of was tot het heden, op welk punt je de actie voltooide. Daarom is "Ik heb gedaan/geweest" helemaal geen verleden tijd: het is tegenwoordige tijd omdat het aspect werkt ten opzichte van de tegenwoordige tijd.
Synoniemen voor poepen variëren van neutraal tot informeel en plat, zoals zich ontlasten, zijn behoefte doen, drukken, kakken, en schijten, met grappige uitdrukkingen zoals "een bruine trui breien" of "een bommetje droppen".
Word of wordt ezelsbruggetje
Twijfel je plots tussen -t, -d of -dt in de tegenwoordige tijd? Vervang het werkwoord door 'smurfen'. Hoor je 'smurft'? Voeg een -t toe.
Voltooid deelwoord = stam + d/t
Die bestaat uit een vorm van het hulpwerkwoord “zijn” of “hebben” en een voltooid deelwoord. De werkwoorden waarvan de werkwoordstam op een letter uit 't kofschip eindigt, krijgen een “t” erachter. Werkwoorden waarvan de stam niet op een letter uit 't kofschip eindigt, krijgen een “d”.
De correcte spelling is zoals beloofd, met een -d.
Zoals beloofd is een verkorte vorm van een formulering waarin beloofd een voltooid deelwoord is, en dus met een -d wordt geschreven. De weggelaten woorden kunnen er vanuit de context gemakkelijk bij gedacht worden.
Wanneer gebruik je je en wanneer jij? Jij is goed als er nadruk op ligt: 'Niet ik, maar jij zou het doen! ' Je is het minder nadrukkelijke alternatief: 'Het lukt wel, maar je mag altijd helpen. ' Je kan ook 'men', 'jou' of 'jouw' betekenen.