Het woord "bar" schrijf je simpelweg als bar (zowel voor de horecagelegenheid als de drukeenheid). Het is een kort, drieletterig woord zonder speciale tekens. DigiKey +1
' Het nadrukteken is altijd een streepje van linksonder naar rechtsboven. Om een woord of lettergreep te benadrukken, gebruik je het nadrukteken of klemtoonteken ( ´ ). Dat teken ziet er net zo uit als het accent aigu, het accent dat bijvoorbeeld op café staat.
Zowel "vòòr" (met twee accenten) als "vóór" (met één accent) zijn correct, afhankelijk van de context: "vòòr" (of "voor") wordt gebruikt in de betekenis van "in het verleden" of "voordat", terwijl "vóór" (met accent aigu) wordt gebruikt om een tegenstelling aan te geven, zoals in "ik ben vóór" in plaats van "tegen". "Vòòr" is een minder gebruikelijk klemtoonteken, maar wordt gebruikt wanneer er een lettergreep met twee klinkers is die onbeklemtoond dreigt te worden.
We schrijven accenttekens op een als het een telwoord is dat ten onrechte als het lidwoord een, met een toonloze e zoals in de, zou kunnen worden gelezen. In een zin als Ik moet nog een dossier afwerken komen er bijvoorbeeld accenttekens op een als men een precies aantal bedoelt.
Druk tegelijkertijd Alt (⌥) en U in, dit zorgt voor een trema op de eerstvolgende letter. Alt+U en daarna a maakt ä.
Het is meestal à (met een accent grave, naar links hellend) in het Nederlands, vooral in uitdrukkingen zoals "twee à drie dagen" (betekent 'tussen') of "à la carte" (van het Frans) en "$10 à $20" (per stuk). De á (met een accent aigu, naar rechts hellend) komt in het Nederlands vrijwel niet voor, behalve in leenwoorden zoals "déjà vu" (déjà is met accent grave), waar het soms wordt gebruikt, of in andere talen om klemtoon aan te geven (zoals in 'rapidá').
Het staat vaak tussen twee getallen en duidt dan aan dat de bedoelde hoeveelheid of waarde (ongeveer) tussen die twee getallen in ligt: 'Het duurt tien à twaalf dagen' (= tien tot twaalf dagen), 'De afstand was 20 à 25 meter' (= tussen de 20 en 25 meter), en soms betekent het simpelweg 'of': 'Een recept voor vier à ...
Je maakt het in Word door de ctrl- en alt-toets en de min-toets van het numerieke toetsenbord in te typen. Deze lange streep wordt ook wel em dash genoemd, ter onderscheiding van de net wat kortere en dash (het gedachtestreepje) – deze namen zijn gebaseerd op de breedte van de letters m en n.
Het is vind jij (in een vraag) en jij vindt (in een bevestigende zin); de 't' valt weg als 'jij' achter de persoonsvorm staat in een vraag, omdat 'jij' dan het onderwerp is, terwijl 'jij vindt' correct is als 'jij' het onderwerp is dat voor de persoonsvorm staat (bv. "Jij vindt dat mooi"). De correcte vorm in een vraag is dus altijd de stam: Vind jij.
Het verschil tussen é (accent aigu) en è (accent grave) zit in de uitspraak en functie: é klinkt als een lange 'ee' (zoals in 'één') en geeft vaak een gesloten klank, terwijl è klinkt als een korte 'eh' (zoals in 'ben' of 'elf') en een open klank heeft. In het Nederlands geeft é aan dat een 'e' langer wordt uitgesproken (bv. café), terwijl è een korte, afgekapte 'e' aangeeft (bv. crème), hoewel het gebruik in het Nederlands deels is veranderd sinds 1995 en nu meer een uitspraak- of nadrukteken is.
Waarom wordt deze fout gemaakt? De fout “hij wilt” is niet onlogisch, omdat de meeste Nederlandse werkwoorden voor de derde persoonlijk enkelvoud (tegenwoordige tijd) gevormd worden door een “t” achter de stam te plakken.
In modern Deens, Faeröers en Noors is de Ø een aparte letter, en geen ligatuur of variant van de "O". Het symbool "ø" wordt ook in het Internationaal Fonetisch Alfabet gebruikt om de eu-klank van verschillende talen aan te duiden. De equivalente letter in het Duits, IJslands en Zweeds is de "Ö".
Streepjes - –
Het gedachtestreepje wordt gebruikt bij een onderbreking van de gedachtegang, bij het aangeven van een inhoudelijke, verrassende wending en bij het leggen van extra nadruk op een deel van de zin. Het gedachtestreepje wordt met spaties gescheiden van woorden ervoor en erna.
Vóór (met accent) wordt gebruikt om een tegenstelling of een belangrijk onderscheid te benadrukken (bv. "2-0 vóór, niet achter"), om een eerdere gebeurtenis aan te duiden (bv. "vóór het eten"), of om een eerdere betekenis van 'voor' uit te sluiten (bv. "Hij ging er vóór liggen" in plaats van 'ervoor'). 'Voor' zonder accent heeft een bredere betekenis van tijd (voorafgaand aan) of plaats (aan de voorkant, vooruit).
Dé of dè? Hét of hèt? Het klemtoon- of nadrukteken is altijd naar rechtsboven: dé, hét.
Om dt-fouten te vermijden, gebruik je ezelsbruggetjes zoals het 'smurfen' of 'lopen'-principe: vervang het werkwoord door 'smurfen' (smurft) of 'lopen' (loopt) om te horen of er een 't' bij hoort (bv. 'hij smurft', 'hij loopt' -> dus 'hij werkt'). Voor voltooid deelwoorden gebruik je het 't kofschip'-principe (stam + t/d) of verleng je het woord (bv. 'het gestrande schip').
Het bekendste ezelsbruggetje voor werkwoordspelling is 't ex-kofschip voor de verleden tijd en het voltooid deelwoord: de letters t, x, k, f, s, c, h, p (inclusief de 't') bepalen of je een '-te' of '-d' schrijft; is de laatste letter van de stam een van deze, dan '-te', anders '-d'. Voor de tegenwoordige tijd helpt de "smurfenregel" (of 'lopen' vervangen) om te horen of een '-t' nodig is (bijv. 'hij smurft' = 'hij wordt').
Het is vind jij (in een vraag) en jij vindt (in een bevestigende zin); de 't' valt weg als 'jij' achter de persoonsvorm staat in een vraag, omdat 'jij' dan het onderwerp is, terwijl 'jij vindt' correct is als 'jij' het onderwerp is dat voor de persoonsvorm staat (bv. "Jij vindt dat mooi"). De correcte vorm in een vraag is dus altijd de stam: Vind jij.
Het kortst liggend streepje is een koppelteken als dit teken wordt gebruikt om twee of meer woorden met elkaar te verbinden (samenstelling).
Een streepje op de e (é), ook wel een e met accent aigu genoemd, maak je door op je toetsenbord de hoge komma (de toets rechts van de dubbele punt en puntkomma) in te tikken en vervolgens de letter e in te toetsen.
Schrijf een gepaste aanspreking: als je deze kent, vermeld dan de academische titel / 'heer' of 'mevrouw' plus de achternaam. Is de academische titel niet duidelijk en ken je enkel de voor- en achternaam, spreek die persoon dan zo aan. Schrijf nooit enkel 'Geachte' of 'Beste' zonder naam of ander zelfstandig naamwoord.
Bij mannelijke woorden is het 'le' (de/het) of 'un' (een) en bij vrouwelijke woorden is het 'la' (de/het) of 'une' (een).
A spreek je uit als 'ah', maar Ä spreek je uit als 'eh'. U spreek je uit als 'oe', maar Ü spreek je uit als 'uu'. O spreek je uit als 'oh', maar Ö spreek je uit als 'eu'.