Spieratrofie, het dunner en zwakker worden van spieren, ontstaat door spierinactiviteit (bijv. na letsel of langdurige bedrust), gebrek aan voedingsstoffen (eiwitten), veroudering, of aandoeningen van het zenuwstelsel/erfelijke spierziekten. De spieren worden niet meer goed aangestuurd of gebruikt, wat leidt tot verlies van spiermassa. Kniecare +4
De oorzaak van SMA is een fout op het erfelijk materiaal. Daardoor werken de motorische zenuwcellen in het ruggenmerg niet goed. Deze zenuwcellen hebben uitlopers naar de spieren. Doordat deze cellen niet goed werken worden geen of te weinig signalen aan de spieren doorgegeven.
Verminderde fysieke activiteit, bijvoorbeeld door pijn, vermoeidheid of een verminderde longfunctie. Problemen met de opname en verwerking van voeding, waardoor het lichaam onvoldoende bouwstoffen binnenkrijgt. Ziekten zoals diabetes, hartfalen, nierziekten en kanker die het lichaam verzwakken en spierverlies ...
Vaak beginnen ze tussen 5 en 30 jaar met spierkramp na inspanning, vooral in de kuiten. Na verloop van tijd worden de spieren zwakker. Rennen, traplopen, sporten en tillen gaan dan moeilijker en vallen komt vaker voor. Bij ongeveer de helft van de mensen raakt ook de hartspier aangedaan.
Wanneer spieren weinig tot geen signalen ontvangen, worden de spieren onvoldoende geprikkeld tot samentrekken en worden ze zwak. Dit veroorzaakt dunne (= atrofie) en slappe spieren. De reden waarom de zenuwcellen niet goed functioneren is een gebrek aan het SMN-eiwit.
Oorzaken van spieratrofie
De meest voorkomende oorzaken van spierverlies zijn lichamelijke inactiviteit als gevolg van pijn of bedrust, en langdurige immobilisatie van een gewricht , bijvoorbeeld door middel van gips of een spalk. Ook het verouderingsproces kan leiden tot spierafbraak.
Voldoende beweging en regelmatige, gerichte training helpen je dit risico te verminderen en zo gezond ouder te worden zonder in te boeten op levenskwaliteit. Echter, naast lichaamsbeweging speelt voeding ook een belangrijke rol bij het voorkomen van spierverlies op oudere leeftijd.
Spieratrofie is het afnemen of dunner worden van spiermassa. Het kan worden veroorzaakt door inactiviteit van de spieren of door neurologische aandoeningen. Symptomen zijn onder andere een afname van de spiermassa, een ledemaat dat dunner is dan het andere, en gevoelloosheid, zwakte en tintelingen in de ledematen .
Spierdystrofie van Duchenne begint meestal begint rond de leeftijd van 3 tot 5 jaar. Het krachtsverlies is progressief, meestal worden patiënten rolstoelgebonden vanaf tienerleeftijd. Patiënten overlijden aan deze ziekte, meestal tussen de 15-35 jaar ten gevolge van ademhalingszwakte en/of hartspieraantasting.
De eerste symptomen van ALS zijn vaak subtiel, zoals onhandigheid, vaker struikelen, spierkrampen (vooral 's nachts) en kleine spiertrillingen (fasciculaties) in handen, armen, nek of tong, en moeite met praten of slikken, leidend tot onduidelijke spraak en vaker verslikken. Spierzwakte in ledematen en problemen met fijne motoriek, zoals knoopjes dichtmaken, zijn ook veelvoorkomende vroege signalen.
Bij een botbreuk is het belangrijk dat het bot voldoende rust krijgt om te kunnen genezen. De spieratrofie wat hier optreed is gelukkig maar tijdelijk en ook omkeerbaar. Als het aangedane lichaamsdeel weer beweging krijgt en een groeiprikkel, dan kan de spiermassa geprikkeld worden om weer te groeien.
Dynamische spieren
'Spieren worden namelijk constant afgebroken en weer opgebouwd, met een snelheid van 1 tot 2 procent per dag. Na zo'n twee maanden heb je dus je spieren weer vernieuwd, ongeacht je leeftijd', aldus Luc van Loon, hoogleraar fysiologie van inspanning en voeding aan de Universiteit Maastricht.
Spierafbraakziektes, ook wel spieratrofie genoemd, zijn aandoeningen waarbij spierweefsel afneemt, wat leidt tot spierzwakte, vermoeidheid en dunner wordende spieren; voorbeelden zijn erfelijke ziekten zoals SMA (Spinale Musculaire Atrofie) en ALS (Amyotrofische Laterale Sclerose), maar ook ouderdom (sarcopenie) is een veelvoorkomende oorzaak, waarbij spierverlies door inactiviteit, voedingstekorten of specifieke ziekten kan optreden, met symptomen als moeilijk opstaan, traplopen en balansproblemen.
Het is een natuurlijk maar omkeerbaar verschijnsel dat optreedt bij inactiviteit, pijn, of ziekte. Spieratrofie is geen plotselinge gebeurtenis, maar een geleidelijk proces. Binnen enkele weken van immobiliteit kan een spier al merkbaar dunner en zwakker worden.
Verloop van ALS
ALS kan op elke volwassen leeftijd ontstaan, maar meestal tussen de 40 en 60 jaar. ALS heeft een progressief verloop. Dat betekent dat de spierzwakte in de loop van de tijd toeneemt. Hierdoor kunnen patiënten zich steeds minder goed bewegen.
Bij spieratrofie zien we een afname van kracht en diameter van de spier. Andere symptomen die overeenkomen met spieratrofie zijn: Vermoeide spieren. Stijve spieren.
Duchenne en Becker spierdystrofie zijn nog niet te genezen, maar met een goede behandeling kunnen we wel de kwaliteit van leven en de prognose sterk verbeteren. Met de verschillende behandelingen kunnen we meerdere symptomen van Duchenne en Becker spierdystrofie tegengaan. Corticosteroïden.
Abnormale pijn bij aanraken van het aangetaste lichaamsdeel. Abnormale kleur, meestal een roodblauwe verkleuring. Abnormale temperatuur, meestal een warmere of een koudere aangedane ledemaat. Tekenen van zwelling (oedeem), zweten, overdreven haargroei en nagelgroei.
Iemand kan niet genezen van amyotrofische lateraal sclerose. Medicijnen kunnen soms helpen om de achteruitgang van de spieren te vertragen.
Schade aan neuronen in de hersenen of het ruggenmerg kan leiden tot aanzienlijke spieratrofie. Dit kan gelokaliseerde spieratrofie en -zwakte of verlamming zijn, zoals bij een beroerte of ruggenmergletsel. Meer wijdverspreide schade, zoals bij traumatisch hersenletsel of cerebrale parese, kan leiden tot gegeneraliseerde spieratrofie.
Een vitamine D-tekort wordt in verband gebracht met spieratrofie en een verminderde mitochondriale functie bij patiënten met chronische lage rugpijn.
Oefentherapie is de meest effectieve behandeling voor spieratrofie. Helaas is het niet geschikt voor alle patiënten, zoals patiënten met botbreuken en bedlegerige patiënten met zenuwschade.
Ziektegerelateerde spieratrofie en vermoeidheid vormen een belangrijk klinisch probleem, omdat verworven spierzwakte de duur van de ziekenhuisopname kan verlengen, tot beperkingen in de lichaamsbeweging kan leiden en kan bijdragen aan een slechte kwaliteit van leven.
Kinderen met SMA hebben een mutatie waardoor hun genen geen SMN-eiwit produceren. Het eiwit is belangrijk voor een goede werking van de motorische zenuwcellen. Spieren die geen goede aansturing krijgen, worden dunner en zwakker. SMA is helaas nog niet te genezen, maar is wel te behandelen.
Een vitamine D -tekort kan bijdragen aan de ontwikkeling van spieratrofie en het mogelijke mechanisme houdt verband met de verhoogde expressie van MAFbx en eiwitafbraak [59]. Orale toediening van vitamine D beschermt tegen door immobilisatie veroorzaakte spieratrofie bij C57BL/6-muizen via de vitamine D-receptor [60].