Jezus noemde zijn vrienden en volgelingen in de Bijbel voornamelijk discipelen (leerlingen) of apostelen (gezanten). Later noemde Hij hen ook specifiek vrienden (Johannes 15:15) en broeders (Matteüs 28:10), wat wijst op een hechte, vertrouwde band, in plaats van slechts een relatie als heer en dienaar. Bijbel in 1000 seconden +3
De twaalf apostelen waren: Simon, die hij ook Petrus noemde, en zijn broer Andreas. Verder Jakobus, Johannes, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas. En ook Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de Zeloot. Ten slotte nog Judas, de zoon van Jakobus, en Judas Iskariot.
Jezus vertelde zijn discipelen dat Hij hen als vrienden beschouwde, niet als dienaren, vanwege wat Hij hen had geopenbaard. Vriendschap impliceert de diepste vorm van intimiteit en vertrouwen.
Drie van hen, Petrus, Jakobus en Johannes, waren de leerlingen die Jezus overal mochten volgen en het meest met Hem omgingen.
In het evangelie van Johannes duikt de geliefde discipel op als boezemvriend van de Heer. Net als van Martha, Lazarus en Maria wordt van Johannes in dit evangelie uitdrukkelijk gezegd dat Jezus hem liefhad (zie Johannes 11:3, 5).
Er waren bijzondere mensen die hij hielp en die zijn volgelingen werden, zoals Maria Magdalena, de eerste die de opgestane Jezus zag. Maar in zowel het evangelie van Lucas als dat van Johannes springen Martha, Maria en hun broer Lazarus er echt uit als zeer bijzondere vrienden.
Jezus noemt zijn leerlingen soms 'vrienden' (Lucas 12:4) , 'broeders' (Matteüs 28:10) of 'kinderen' (Marcus 10:24) . Allemaal termen die een nauwe band laten zien tussen Jezus en zijn leerlingen. Maar er zijn ook drie mensen die echt zijn vrienden genoemd worden: Marta, Maria en Lazarus.
Opvallend in dit geslachtsregister is dat er naast Jezus' moeder nog vier vrouwen genoemd worden: Tamar, Rachab, Ruth en Batseba. Deze laatste wordt in vers 6 genoemd als 'die de vrouw van Uria was'.
Petrus en de geliefde discipel
Uit de andere evangeliën weten we dat Petrus, Jakobus en Johannes de naaste metgezellen van Jezus waren. Zo gingen deze drie – Petrus, Jakobus en Johannes – bijvoorbeeld met Jezus mee naar de Berg der Verheerlijking (Matteüs 17:1-8).
Het origineel van het Nederlandse lied "Welk een vriend is onze Jezus" is het Engelse hymne "What a Friend We Have in Jesus," geschreven door Joseph M. Scriven in 1855. De muziek werd gecomponeerd door Charles C. Converse. Het is een vertaling van een bekend christelijk lied dat gaat over de vriendschap met Jezus en het brengen van je zorgen naar God in gebed.
"Ik noem jullie niet langer dienaren, want een dienaar weet niet wat zijn heer doet; maar ik heb jullie vrienden genoemd, want alles wat ik van mijn Vader heb gehoord, heb ik jullie bekendgemaakt." ( Johannes 15:15 ) Sommige dingen in de Schrift zijn moeilijker te begrijpen of te geloven dan andere.
Namen en titels
In die tijd bestonden in Palestina geen familienamen. Volgens de Joodse conventies van toentertijd was hij wellicht oorspronkelijk bekend als Jesjoea ben Josef (Jezus de zoon van Jozef). In de evangeliën staat soms ook zijn plaats van herkomst bij de naam Jezus: Jezus van Nazareth of Jezus de Nazarener.
Van 3.00 tot 6.00 uur is de vierde tijd. Het was in deze periode dat Jezus bad en zelfs over het water liep naar Zijn discipelen toe . Veel gelovigen ervaren dat deze uren gekenmerkt worden door een intense geestelijke activiteit. Als je op dit tijdstip wakker bent, zou het de Heer kunnen zijn die je vraagt te bidden.
Jezus had een hechtere band met sommige van zijn volgelingen dan met anderen. Hij had veel discipelen, twaalf apostelen en een kleine kring van drie beste vrienden: Petrus, Jakobus en zijn geliefde discipel Johannes .
Jakobus is een zoon van Maria en Jozef en een broer van Jezus . Hij is een belangrijke leider in de vroege kerk van Jeruzalem.
Elke dag van het jaar zegt de Bijbel: 'Wees niet bang' Ruim 365 keer staat er bijna letterlijk in de Bijbel: 'Wees niet bang. ' Laat ons dit mantra herhalen voor onszelf en onze dierbaren.
Jezus had twaalf discipelen, maar Petrus, Jakobus en Johannes vormden Zijn naaste kring. Hij deed dingen met hen en nam hen mee naar plaatsen waar Hij de andere negen niet mee naartoe nam. Petrus, Jakobus en Johannes waren Jezus' drie.
Johannes , de discipel die Jezus liefhad. De nieuwtestamentische geschriften die met Johannes de Geliefde worden geassocieerd, presenteren hem als zowel een leraar als een voorbeeld voor ons eigen discipelschap. Na Petrus is Johannes wellicht de bekendste van Jezus' oorspronkelijke twaalf apostelen.
Haantje de voorste, Jezus' beste vriend, maar ook degene die Jezus tot driemaal toe verloochent. Petrus is een kleurrijk persoon die een belangrijke rol speelt in het Paasverhaal.
Traditie. Volgens King is in de christelijke traditie lang aangenomen dat Jezus ongehuwd was, alhoewel daar geen historisch bewijs voor is.
Wat betreft haar vermelding in het Nieuwe Testament: geen enkel evangelie wijst erop dat zij Maria Magdalena, de vrouw van Jezus, zou zijn . Drie evangeliën noemen haar slechts als getuige van zijn kruisiging en/of begrafenis.
Melchior, Caspar en Balthasar
De Europese, oude koning Melchior, de Ethiopische, jonge koning Caspar en de Aziatische koning Balthasar danken hun namen aan een Grieks verhaal uit ongeveer 500 n. Chr. Ze brachten goud, mirre en wierook met zich mee; wat kostbaar was voor die tijd.
Hij werd genoemd (vertaald naar het Engels) "Jezus van Nazareth." Jezus is zijn naam in het Engels, misschien uitgesproken als "Yeshua" in het Hebreeuws. Het meest waarschijnlijke antwoord, voor zover wij weten, voor Jezus' echte naam is iets als Yeshua ben Jozef, of "Jezus, zoon van Jozef."
Vriendschap zorgt voor onder andere verbondenheid, kameraadschap en steun. Mensen met (goede) vrienden zijn over het algemeen gelukkiger dan mensen zonder vrienden. Heb je geen vrienden meer dan kun je je naast alleen ook erg ongelukkig voelen.
Jezus ontmoet Maria, die door anderen Lili genoemd wordt, aan het einde van de aflevering. Als Maria wegloopt loopt Jezus achter haar aan en noemt hij haar bij haar naam: “Maria. Maria uit Magdala.” Maria is geschrokken en vraagt hoe Jezus weet hoe zij heet. Jezus antwoord met: “Welnu, zegt de Heer, die jou schiep.