Voor een bedrag van 10.000 euro zijn er in het Nederlands een paar benamingen, variërend van straattaal tot informele termen:
Een meier was vroeger in de volkstaal de naam van een briefje van 100 gulden. Het is een afleiding van het Hebreeuwse woord mei'oh, dat 'honderd' betekent.
doezoe. Doezoe is straattaal voor 1000. De betekenis is dus gewoon duizend.
Een joetje (of joet, joedje, juutje) is tien gulden. De benaming komt uit het Hebreeuws. In het Hebreeuwse alfabet is de letter jod (ook wel uitgesproken joed) de tiende letter. Via het Jiddisch kwam het in het Nederlands terecht.
Hoewel het geelkleurige bankbiljet van 25 gulden allang uit de roulatie is, ligt het woord geeltje nog in veler monden bestorven, en hetzelfde geldt voor rooie rug, het briefje van duizend, dat tegenwoordig groen is. Bij het naderende afscheid van het 'oude' geld heb ik bijnamen van onze munten en biljetten verzameld.
Een roos kost één coin: ongeveer 1,5 cent.
[Bargoens, boeventaal] 30 stuivers. Een lammetje, (een daalder). Veel schokt hij er niet voor, maar toch altijd wel een lammetje.
De overige munten die vanaf 1945 circuleerden, waren de stuiver (5 cent), het dubbeltje (10 cent), het kwartje (25 cent), de gulden (100 cent) en de rijksdaalder (2½ gulden, ook wel riks of knaak genoemd).
50 euro = bankoe. 100 euro = barkie. 1000 euro = kop, doezo of rug.
Briefje van 25 gulden uit 1861 Een briefje van 25 werd in Nederland lange tijd 'een geeltje' genoemd. Deze term werd oorspronkelijk gebruikt voor een gouden munt met een variabele waarde, maar toen in 1861 een geel bankbiljet van 25 gulden werd ingevoerd, sprak men in de volksmond van 'een geeltje'.
100 euro = barkie. 1000 euro = kop, doezo of rug. 1 miljoen = millie.
Duizendtallen (2000, 20.000, 200.000) worden vaak afgekort met de letter K (2K, 20K, 200K). Waarom de K?
Doni betekent dan 'biljet van tien euro; bedrag van tien euro'. Het komt vaker voor dat er woorden uit het Surinaams worden geleend en vooral in jongerentaal worden gebruikt, bijvoorbeeld doekoe 'geld' en patta's 'sportschoenen'.
Het muntstuk van 5 eurocent wordt in Nederland ook stuiver genoemd (in Ierland wordt dit muntstuk shilling genoemd). Niet alleen is de waardeaanduiding (5 cent) gelijk, ook komen de vorm en dikte nagenoeg overeen.
Ton (geld) Een ton staat in de Nederlandse spreektaal voor honderdduizend geldeenheden, bijvoorbeeld honderdduizend euro (€ 100.000,-).
Barkie betekent namelijk 100 euro.
Straatje (1/5 loten) - 35,-
Een Straatje bestaat per trekking uit 10 1/5 loten. Een 1/5 lot geeft recht op 1/5 deel van de prijzen die zijn gevallen op dat lotnummer. Het minimale prijzengeld op een Straatje is € 10,00.
Antwoorden (3) Een bal is één gulden, een rug is 1000 gulden. Toegevoegd na 1 minuut: Voor euro's worden deze termen niet of nauwelijks gebruikt.
Waarbij een bedrag van 10 gulden (ongeveer 4 euro 50) ook wel een joet, joetje, joedje of juutje werd genoemd.
Wil je graag te weten komen wat het alternatieve woord is voor euro? Dan kan je binnen de straattaal hiervoor gebruikmaken van het woord “ekkie”. Doekoe is straattaal voor geld.
Het 100 gulden biljet Snip werd voor het eerst uitgebracht in 1977. Aan het eind van de jaren zeventig wilden de ambtenaren op het ministerie van Financiën en de Nederlandsche Bank, een nieuwe bankbiljetten serie. De serie Erflaters werd ingeruild. De nieuwe biljetten werden met de nieuwste technieken ontwikkelt.
Het gaat om twee soorten 5 guldenbiljetten, allebei met schrijver Joost van den Vondel op de voorkant, en om het 25 guldenbiljet met componist Jan Pieterszoon Sweelinck, in de volksmond het 'geeltje' genoemd.
Nederlanders verdienen gemiddeld € 37.000 per jaar (2017*) en werken ongeveer vijfenveertig jaar lang. Dat betekent dat wij gemiddeld € 1,7 miljoen verdienen in ons hele leven. Dat is dus het maximale bedrag dat wij in ons leven uit kunnen geven.