Bloembollen bewaar je het best op een droge, koele (10-15°C) en donkere plek, zoals een kelder of garage. Verwijder aarde, laat ze drogen, en bewaar ze in een kartonnen doos of kistje met krantenpapier voor luchtcirculatie. Controleer maandelijks op schimmel of uitdroging en voorkom vorst. Directplant.nl +4
Laat het groen afsterven
Zet de uitgebloeide bloemen even aan de kant, uit het zicht. De verwelkte bloem mag je eruit knippen, omdat deze anders zaad zal aanmaken en dat is niet de bedoeling. We willen dat de bol zich concentreert op de opslag van reservevoedsel om te overleven.
In een kartonnen doos leg je de bollen laag voor laag met daartussen steeds een laag kranten. De meeste bloembollen kun je goed bewaren bij een gemiddelde kamertemperatuur van rond de 18-21 ºC. Behalve hyacinten en tulpen, deze bollen houden van een temperatuur rond de 20 tot 25 ºC.
Om echte bollen en knollen op te graven en te bewaren: wacht tot het blad is afgestorven, graaf de bollen dan voorzichtig op en verwijder de losse aarde . Snijd de wortels en de buitenste, losse, afbladderende schillen weg.
Houd goed in de gaten of er door de hoge luchtvochtigheid schimmel op de bloembollen groeit. Als dit het geval is, kan je de bollen het beste laten drogen en ze daarna meteen in de tuin planten. Het is niet mogelijk om bollen een heel jaar te bewaren en ze de volgende herfst te planten.
De meeste bollen kunnen tot een jaar bewaard worden, maar ze gedijen het best wanneer ze binnen zes maanden na het oogsten worden geplant. Plant gevoelige bollen in het voorjaar na de herfst waarin ze zijn geoogst; ze zullen waarschijnlijk niet genoeg energie hebben om de warme periode en het volgende jaar te overleven.
Je zult de eerst bloembollen eind januari / begin februari al zien bloeien. Sneeuwklokjes beginnen bijvoorbeeld al in januari en krokussen vlak daarna in februari. De voorjaarsbollen zullen nog tot en met mei beginnen met bloeien. Zo zijn tulpen en narcissen in april aan de beurt.
Ook kun je ervoor kiezen de bloembollen, na hun bloei, uit hun pot te halen en in de volle grond te planten. Doe dit direct nadat ze zijn uitgebloeid of wacht heel even totdat de temperaturen weer wat omhoog gaan. Wel kan je het potje vast buiten zetten om de bollen aan de buitenlucht te laten wennen.
Bollen pellen
Na het rooien pelt men de bollen door de kleine broedbolletjes onder de bollen te verwijderen. Deze broedbolletjes kun je net als de volwassen bloembollen bewaren en het volgende jaar opnieuw planten. Je zult zien dat deze bollen ieder jaar een stukje groeien en zich uiteindelijk ook gaan vermeerderen.
Let goed op het weer, want ze kunnen pas echt de grond in wanneer de wintervorst er volledig uit is. Anders kunnen ze kapot vriezen. Mocht je toch te enthousiast zijn geweest en het gaat nog vriezen, dan kun je ze het beste afdekken met noppenfolie.
Ja, veel bloembollen, vooral winterharde voorjaarsbollen zoals krokussen en narcissen, kun je gewoon in de grond laten zitten, mits ze goed winterhard zijn; zomerbollen (dahlia's, gladiolen) en de meeste tulpensoorten moet je echter meestal opgraven omdat ze vorstgevoelig zijn en ziektegevoelig kunnen zijn, al zijn er uitzonderingen zoals verwilderingstulpen die na een paar jaar ook wel blijven zitten.
Je mag tulpenbollen bewaren op een donkere, koele (+/- 15°C) en droge plek. Na het inpakken mag je de bollen bewaren op een donkere, koele en droge plek. Wel even opletten. Want tulpenbollen bewaren in een té koude of warme omgeving kan problemen geven.
Bescherm je bollen in de pot met een laagje herfstbladeren of oude plantendelen. Daar gooi je weer een handje aarde overheen zodat de bladeren niet meteen bij de eerste windvlaag weer foetsie zijn. Die bladeren werken lekker isolerend.
Vermeerderen. Je kunt tulpenbollen vrij eenvoudig vermeerderen. In de zomer zul je zien dat er kleine bolletjes onder je tulpenbol groeien als je ze uit de grond haalt. Die kun je loshalen, laten drogen en planten in het komende najaar.
Oliebollen invriezen
Laat ze dan eerst goed afkoelen, met de zak op een kiertje, zodat de vochtige lucht kan ontsnappen. Laat ze daarna niet te lang op kamertemperatuur liggen, want verse oliebollen drogen al snel uit en worden dan hard en droog. Verpak ze in een luchtdichte zak en plaats ze in de vriezer.
Bollen planten in pot
Ook in grote mand of bloempot voor buiten kun je bloembollen planten. Het is wel belangrijk dat de pot groot en diep genoeg is. De bak moet minstens drie keer de hoogte van de bloembol hebben. Zorg er verder voor dat onderin de pot gaten zitten, zodat het overtollige water goed weg kan.
De ideale bovengrondse bewaar-temperatuur voor voorjaarsbollen is tussen 18 en 22 °C, in een donkere ruimte met wat ventilatie, zodat de bollen niet gaan schimmelen. Zorg dat de gaatjes in de papieren zakken, die voor lucht bij de bollen zorgen, niet dicht komen te zitten.
Bloembollen kunnen jaren achtereen bloeien, dus ze hoeven zeker niet in de kliko als ze uitgebloeid zijn. Je kan ze zelf eenvoudig drogen. Zet het bloemstuk uit het zicht en laat al het groen afsterven. Niet afknippen, want alle voeding die de bol nodig heeft, komt uit de bladeren.
Op het moment dat het blad en de steel volledig afgestorven zijn, kunnen de bloembollen uit de grond gehaald worden. Dit wordt ook wel het rooien van bloembollen genoemd. Na het rooien is het goed om de meeste aarde er af te halen. Bewaar de bloembollen goed droog omdat de bloembollen anders snel gaan rotten.
Veel voorjaarsbloembollen komen elk jaar terug, vooral de verwilderingsbollen zoals sneeuwklokjes, krokussen, narcissen, blauwe druifjes (Muscari) en boshyacinten, die zich vermeerderen en zich verspreiden. Laat na de bloei het blad volledig afsterven zodat de bol zich kan opladen voor het volgende jaar; dit geldt ook voor de meeste botanische tulpen en sterhyacinten.
Bloembollen zijn onderverdeeld in drie soorten: enkeljarige, meerjarige en verwilderingsbollen. Enkeljarige bollen bloeien het eerste jaar op hun allermooist, en komen het volgende jaar ook nog op. Na verloop van tijd is de bloei over. Meerjarige bollen zijn bloembollen die meerdere jaren achterelkaar bloeien.
Narcissenbollen kunnen op elk moment tussen de laatste weken van augustus/september en december worden geplant . Geen paniek als je bent vergeten ze in de herfst te planten! Je kunt vanaf september ook narcissenbollen planten voor een bloeiende binnenruimte.
Niet winterharde bloembollen – zomerbloeiende bloembollen
Zomerbloeiende bloembollen en-knollen zijn over het algemeen niet winterhard. Zoals Dahlia's, Gladiolen, Begonias of canna indica. Bloembollen, die niet winterhard zijn, worden pas na ijsheiligen (in mei) geplant, omdat ze niet tegen vorst kunnen.
Ja, veel bloembollen, vooral winterharde voorjaarsbollen zoals krokussen en narcissen, kun je gewoon in de grond laten zitten, mits ze goed winterhard zijn; zomerbollen (dahlia's, gladiolen) en de meeste tulpensoorten moet je echter meestal opgraven omdat ze vorstgevoelig zijn en ziektegevoelig kunnen zijn, al zijn er uitzonderingen zoals verwilderingstulpen die na een paar jaar ook wel blijven zitten.
Je plant tulpenbollen het beste in het najaar, tussen september en december, voordat de eerste strenge vorst invalt, zodat ze goed kunnen wortelen voor de winter. November wordt vaak als ideale maand genoemd, omdat de grond dan nog warm genoeg is, maar koeler dan in de zomer, wat helpt tegen schimmels. Zelfs in januari of februari planten kan nog, zolang de grond niet bevroren is.