Een tumor in de mond (mondkanker) uit zich vaak door een zweertje, bultje, of rode/witte vlek die niet binnen drie weken geneest. Andere symptomen zijn pijn (soms uitstralend naar oren), loszittende tanden, slecht passend kunstgebit, slikklachten, bloedingen en een slechte adem. UMC Utrecht +3
Klachten en symptomen mondkanker
Symptomen van mondkanker
Een pijnlijke zweer die niet binnen drie weken geneest; Pijn, die kan uitstralen naar het oor; Moeilijker slikken met gewichtsverlies; Zwellingen in de hals.
Mondholtekanker kan voorkomen op de tong, het tandvlees, de mondbodem of op overige lokalisaties (het harde gehemelte, wangslijmvlies, of trigonum retromolare). Tongkanker komt het meest voor.
Vaak manifesteert mondkanker zich in de leeftijd van 40 tot 60 jaar, maar het kan voorkomen in elke leeftijdscategorie.
Onderzoeken voor de diagnose
Om de diagnose mondkanker te stellen, zijn er verschillende onderzoeken nodig. Eerst onderzoekt de arts het hele gebied van de mond, keel, neus en oren. De arts voelt of er verdikkingen in de hals zijn die kunnen wijzen op uitzaaiingen in de lymfeklieren.
Cijfers over mondkanker
De cijfers van deze 2 kankersoorten worden samengenomen. Mond- en tongkanker komen evenveel voor bij mannen als bij vrouwen. De meeste patiënten zijn ouder dan 60 jaar. Na 5 jaar zijn ongeveer 2 op de 3 mensen met mondkanker nog in leven.
De 10 belangrijkste alarmsignalen voor kanker zijn: onverklaarbaar gewichtsverlies, aanhoudende vermoeidheid, veranderingen in de stoelgang (bloed/slijm/ritme), problemen bij het plassen (bloed/moeilijk), bloedverlies of afwijkende afscheiding uit vagina/tepel, aanhoudende heesheid/hoest (met bloed), een knobbeltje/verdikking die niet weggaat, een huidplek die niet geneest, problemen met slikken en nieuwe/veranderende moedervlekken. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts, zeker als klachten langer dan twee weken aanhouden.
Mondkanker zaait vaak als eerste uit naar de lymfeklieren in de hals. Als dat gebeurt, heet dat een regionale uitzaaiing. Er is dan nog steeds kans op genezing. De arts kan uitzaaiingen in de halsklieren behandelen met een operatie aan de lymfeklieren.
De tandarts kan de stand van de wortels van tanden en kiezen bekijken, gaatjes onder een vulling of kroon opsporen en de gezondheid van het kaakbot controleren. Maar de tandarts kan ook met een röntgenfoto controleren of een implantaat goed zit of dat een wortelkanaalbehandeling naar wens verloopt.
Mondkanker of plaveiselcel-carcinoom is vaak goed te behandelen. Meestal behandelen we mondkanker met een operatie. Dit hangt af van de locatie, de grootte en de uitbreiding van de tumor en uw conditie. In een zogenaamd “multidisciplinair overleg” kan worden overlegd wat in uw geval de behandelmogelijkheden zijn.
Als u kanker heeft, ervaart u vaak ook pijn. Dit kan komen door een tumor die op de zenuwen drukt of doorgroeit, bijvoorbeeld in de botten. U kunt ook pijn hebben door uw behandeling (een operatie, chemokuur of bestraling). Of doordat u lange tijd op bed ligt.
Heb je een bultje, zwelling of afwijking in de mond die niet vanzelf weggaat? Dan kan het gaan om een slijmvliesafwijking of een cyste in de mond. Deze komen regelmatig voor en zijn meestal onschuldig, maar het is belangrijk om ze goed te laten beoordelen.
Een dentale tumor is een weefselmassa die meestal ontstaat onder zacht weefsel in de kaak en die ofwel goedaardig of kwaadaardig van aard kan zijn. Deze gezwellen moeten zeer serieus worden genomen en u dient uw tandarts te raadplegen bij de eerste detectie van één.
Een botknobbel op het gehemelte wordt in vaktaal een torus palatinus genoemd. Bij voorkomen in de onderkaak wordt gesproken van een torus mandibularis. De botknobbels ontstaan dermate langzaam, dat de mensen er niets van merken en ook geen klachten veroorzaken. Botknobbels stoppen vanzelf met hun groei.
Melanomen komen zelden in het mondslijmvlies voor. De oorzaak van een in de mond voorkomend melanoom is volledig onbekend. Mondmelanomen komen vooral op middelbare en oudere leeftijd voor. Meestal is sprake van een blauwe of bruine gepigmenteerde zwelling van het mondslijmvlies, soms zonder verdere klachten.
Beginnende mondkanker herkent u vaak aan subtiele veranderingen in uw mond. Denk aan plekjes die niet genezen, een rode of witte verkleuring, verdikkingen of een zweertje dat pijn doet of juist gevoelloos is. Ook een blijvende zwelling, slikklachten of een verandering in stemgeluid kunnen signalen zijn.
Het belangrijkste middel dat een tandarts of mondhygiënist heeft om mond- en keelkanker op te sporen is het zicht. Afwijkingen aan het slijmvlies kunnen wijzen op (voorstadia van) kanker. Een tandarts zal dan ook letten op bijvoorbeeld witte stipjes en vlekken op het tandvlees of in de rest van de mond.
Symptomen bij keelkanker
pijn in je mond of keelpijn. heesheid die niet vanzelf overgaat. een droog en rauw gevoel in je keel. een wondje of zweertje in je keel dat niet vanzelf geneest.
Vaak ontstaat kanker in 1 orgaan, soms op meerdere plekken
Door de verkeerde celdeling ontstaat in dat orgaan een gezwel. Een ander woord voor gezwel is tumor. Er zijn goedaardige en kwaadaardige tumoren. Soms ontstaat kanker in weefsels of cellen die op verschillende plaatsen in het lichaam zitten.
Goedaardige tumoren
Tumoren kunnen ook goedaardig zijn. Een goedaardige tumor is geen kanker. Het gezwel groeit niet door andere weefsels heen. Ook kan het niet uitzaaien naar andere organen.
Om te onderzoeken of je al dan niet kanker hebt, gebeurt meestal een biopsie of een punctie. Daarnaast helpen beeldvorming (onderzoeken zoals CT-scan, MRI, echografie ) en laboratoriumonderzoek (zoals bloed- of urineonderzoek) je arts om een diagnose te stellen en om de beste behandeling te kiezen.
Kanker is niet besmettelijk, ook mondkanker niet. Je kunt geen mondkanker krijgen van iemand die de ziekte heeft.
Acute myeloïde leukemie (AML) is van de hematologische kankers nog steeds de kanker met de slechtste overlevingskans: twintig jaar geleden overleefde maar 11 procent de eerste drie jaar. Nu is dat 27 procent.
Bij een operatie van mondkanker verwijdert de hoofd-hals chirurg de tumor met het weefsel daaromheen, soms ook spieren, bot of huid. Hij doet dit omdat tijdens de operatie niet te zien is of het weefsel rond de tumor vrij is van kankercellen.