Het streepje in een breuk heet de breukstreep. Wikipedia +1
Tussen de teller en de noemer staat een streep: de breukstreep. Zo geeft in de breuk 3⁄4 de teller 3 aan dat de breuk bestaat uit 3 delen ter grootte van de door de noemer 4 aangegeven delen 1⁄4. Beschouwt men de breuk als deling, dan is de teller het deeltal en de noemer de deler.
Voor repeterende breuken kunnen we een streepnotatie gebruiken. Er staat een streep boven het rijtje decimalen wat steeds wordt herhaald. Hier staat alleen een streep boven de 3 omdat alleen dat getal wordt herhaald.
Een breuk geeft eigenlijk een verhouding weer. Bij een taart is dat de verhouding tussen het deel dat jij pakt en het geheel: deel/geheel. Het getal boven de deelstreep noemen we de teller en het getal onder de deelstreep de noemer.
Breuken bestaan uit twee getallen met een streepje ertussen, waardoor een teller en een noemer ontstaan. De teller wordt de teller genoemd. Dit getal staat voor het deel van het geheel of de verzameling. De noemer wordt de noemer genoemd.
De teller is het cijfer boven het streepje bij de breuk en de noemer is het cijfer onder het streepje bij de breuk.
Symptomen. Of het nu om een gebroken pols, vinger, heup, rib, enkel of elleboog gaat: de symptomen zijn grotendeels gelijk. U voelt pijn op de plaats van de breuk, simpele bewegingen worden opeens moeilijk uitvoerbaar en er ontwikkelt zich een zwelling.
Dankzij het trema op de i ziet een lezer meteen dat bij die i een nieuwe lettergreep begint. Het trema wordt daarom ook wel scheidingsteken of deelteken genoemd. Trema's helpen lezers dus woorden snel en goed op te delen in lettergrepen.
Het getal boven de breukstreep noemen we de teller. Het getal onder de breukstreep noemen we de noemer.
Het beste ezelsbruggetje voor breuken delen is: "Delen door een breuk is hetzelfde als vermenigvuldigen met het omgekeerde (de inverse)!" Dit betekent dat je het deelteken verandert in een maalteken en de tweede breuk (de deler) omdraait (teller en noemer verwisselen).
Het is-niet-gelijk-aan-teken of ongelijkheidsteken is het wiskundige symbool ≠ voor de ongelijkheidsrelatie, dat aangeeft dat de twee operanden aan weerszijden van het symbool niet gelijk zijn aan elkaar.
Een sluisteken of pipe, in de volksmond "verticaal streepje", is het teken '|' in de ASCII-set. Door IT-professionals wordt dit teken ook wel het "pijp-symbool" genoemd. De verticale streep heeft soms een onderbreking in het midden (¦), maar geldt dan nog steeds als hetzelfde teken.
Ook wordt de breuk wel op een lijn geschreven, met een schuine breukstreep. Het getal boven de breukstreep heet teller, dat onder de breukstreep noemer. De teller telt hoe vaak een deel dat door de noemer bepaald wordt, voorkomt.
Algemeen. De breukenstrook is een tool die visuele ondersteuning biedt bij de instructie over breuken. De strook kan eenvoudig worden opgedeeld in verschillende vakken van gelijke grootte, waarbij een aantal of alle vakken ingekleurd kunnen worden.
Breuklijn. Een derde indeling heeft te maken met de breuklijn: dwars, schuin of spiraalvorming. Soms is er geen duidelijke breuklijn, maar bestaat de breuk uit meerdere losse botdelen. Ook kan het zijn dat er een stuk bot mist.
deelteken (zn) : trema.
Twee breuken op elkaar delen is hetzelfde als de eerste breuk met het omgekeerde van de tweede breuk te vermenigvuldigen. De eerste stap is daarom om het omgekeerde van de tweede breuk te bepalen (waarbij de teller en de noemer van plaats gewisseld zijn). Daarna vermenigvuldig je de twee tellers.
Alle leestekens samen worden "interpunctie" genoemd. Sommige leestekens worden in een woord gebruikt en andere aan het begin of einde van een zin. Maar ook wel midden in een zin worden leestekens gebruikt, zoals de komma en de puntkomma. Er zijn heel veel verschillende leestekens.
Een breuk bestaat uit een teller, een noemer en een breukstreep. De teller (boven) geeft aan hoeveel delen je hebt. De noemer (onder) zegt in hoeveel stukken het geheel verdeeld is. De breukstreep betekent: we hebben te maken met een breuk.
Er is aanzienlijke kracht voor nodig om een normaal dijbeen te breken – het is het langste en sterkste bot in het lichaam.
Gebruik de schuine streep om een breuk te typen.
Dit kun je doen door eerst de teller te typen (het bovenste getal van de breuk), dan een schuine streep naar voren ( / ), en dan de noemer (het onderste getal van een breuk). Een voorbeeld is iets als 5/32.
Het getal boven de streep noem je de noemer.
Het bovenste getal van een breuk noemen we de teller, omdat dit getal aangeeft hoeveel delen er zijn. Het onderste getal van een breuk noemen we de noemer. De noemer geeft aan hoe een deel heet, hoe groot een stuk is.
Zo schrijf je 2/10 als decimale of tiendelige breuk als 0,2. Het getal achter de komma heeft evenveel cijfers als het aantal nullen van de noemer.