Hoogbegaafd of hoogsensitief Veel hoogbegaafden hebben moeite met autoriteit in de zin van machtsvertoon of haantjesgedrag wat nergens op slaat. Ook van hoogsensitieve personen is bekend dat ze wars staan van macht, gezag of hiërarchie. Nu is leidinggeven aan hoogbegaafde personen ook niet altijd even gemakkelijk.
Een groot aantal heeft problemen gerelateerd aan hoogbegaafd zijn, zoals stress en burnout, depressie, eetproblemen, concentratieproblemen, slaapproblemen, eenzaamheid, angstklachten als faalangst, leerproblemen, onzekerheid, stemmingswisselingen, overgevoeligheid, relatieproblemen, minderwaardigheidsgevoelens, ...
Antisociale persoonlijkheidsstoornis. Als je een antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) hebt, vertoon je antisociaal gedrag. Je kunt roekeloos, agressief, prikkelbaar, impulsief en onverschillig overkomen.
Hoogbegaafde kinderen hebben een verhoogde gevoeligheid voor sommige prikkels uit hun omgeving. Dit kan leiden tot zowel over- als onderprikkeling. Overprikkeling kan zich uiten in agressief gedrag of prikkelbaarheid. Onderprikkeling daarentegen zorgt voor verveling, dagdromen en onoplettendheid.
Ze kunnen bijvoorbeeld al zien hoe ze iets willen, al weten hoe iets moet, maar nog niet de verfijnde motoriek hebben om het te maken. Zijn soms, niet altijd, cognitief ook al verder dan de sociale en emotionele ontwikkeling. Daardoor kan een hoogbegaafd kind heel volwassen en wijs overkomen.
Hoogbegaafdheid theorie
Belangrijkste criteria: hoge intelligentie, motivatie èn creativiteit.
Hoogbegaafdheid betekent dat je snel denkt en je ingewikkelde dingen goed kan begrijpen. Je werkt graag zelfstandig, bent nieuwsgierig en hebt veel motivatie. Ook ben je gevoelig en ervaar je veel emoties. Je vindt het fijn om dingen te bedenken, maken of te ontwikkelen.
Gedrags- en emotionele problemen die typisch worden beschreven bij intellectueel begaafde kinderen zijn angst [7], sociale terugtrekking [8, 9], een laag zelfbeeld [10] en buitensporig perfectionisme [7], die allemaal behoren tot de categorie van ‘internaliserende’ problemen [11].
Hoogbegaafden bezitten veel kwaliteiten die vaak niet tot uiting komen omdat zij nooit gestimuleerd zijn. Hoogbegaafden hebben meestal een apart soort humor. Vaak zien zij door het beeldenken iets letterlijk gebeuren als iets verteld wordt. De meeste hoogbegaafden hebben niets heb met sarcasme of cynisme.
Voor het begaafde kind is argumenteren vaak een oprechte poging om te achterhalen hoe de wereld werkt . Mensen met een hoger IQ zien de wereld vaak in een ander licht. Vaak produceert dat licht een perspectief dat anders is dan wat de gemiddelde persoon ziet.
Oppositional defiant disorder (ODD) is een type gedragsstoornis. Kinderen met ODD zijn niet-coöperatief, opstandig en vijandig tegenover leeftijdsgenoten, ouders, leraren en andere gezagsdragers. Ontwikkelingsproblemen kunnen ODD veroorzaken. Of het gedrag kan aangeleerd zijn.
Verwrongen zelfbeeld
Want het grootste probleem van hoogbegaafden is de mismatch met de omgeving. Ze stuiten op veel onbegrip en kunnen zich niet spiegelen, waardoor ze zich een buitenstaander kunnen voelen. ' Niet iedereen heeft de juiste mensen en middelen om zich heen om hieruit te komen.
Soms kan een kind zowel High Learning Potential als OCD hebben . Dit betekent dat ze een speciale behoefte hebben en tegelijkertijd zeer bekwaam zijn. Deze kinderen staan bekend als Dual and Multiple Exceptional Children of kortweg DME. Multiple Exceptional zijn kinderen met meer dan één speciale behoefte.
Over- en onderprikkeling. Actieve hersenen Hoogbegaafde kinderen hebben hele actieve hersenen. Zij kunnen daardoor ook last hebben van overprikkeling of onderprikkeling. Over- en onderprikkeling kan voorkomen op zintuiglijk, psychomotorisch, emotioneel en/of intellectueel gebied.
Bestaat dat wel, emotioneel hoogbegaafd zijn? Emotionele intelligentie kan je definiëren als de vaardigheid je eigen emoties en die van anderen te herkennen en te begrijpen, en er vervolgens verstandig mee om te gaan. Het vermogen je emoties effectief in te zetten en ze in je voordeel te laten werken.
Bij een IQ tot 120 spreekt men van een bovengemiddeld intelligentieniveau en bij een IQ tot 130, spreekt men van een begaafd intelligentieniveau. Een hoogbegaafd kind heeft een IQ dat hoger is dan 130. Desalniettemin is hoogbegaafdheid meer dan intelligentie, want dat is slechts de score uit een intelligentieonderzoek.
Zeer intelligente kinderen kunnen ongewoon wilskrachtig zijn, onderhandelen als advocaten of sarcasme gebruiken om een punt te maken. Soms verstoren begaafde kinderen de les in de klas omdat ze niet willen doen wat ze als bezigheid beschouwen. (Dit kan natuurlijk voor elk kind gelden, maar het geldt alleen meer voor sommige begaafde kinderen.)
Een hoog IQ of uitstekende prestaties in specifieke vaardigheden zoals taal of wiskunde. Een snelle verwerking van informatie en een goed geheugen. Een grote nieuwsgierigheid en een sterk verlangen om te leren. Creativiteit en verbeeldingskracht.
Aan de andere kant blijkt uit sommige bewijzen dat veel begaafde studenten aangeven dat ze niet ‘in het plaatje passen’ en zich ‘anders voelen’. Dit gevoel van anders zijn kan op zijn beurt leiden tot algemene gevoelens van ongemak of gebrek aan competentie in sociale situaties en tot moeilijkheden bij het aangaan en onderhouden van relaties met anderen.
Hoogbegaafde kinderen vinden het vaak leuk om woordspelletjes te doen en tegenstrijdigheden te signaleren. Redenen en achtergronden willen begrijpen: De creatieve gedachten van hoogbegaafde kinderen zorgen ervoor dat ze over allerlei zaken nadenken. Hierdoor kunnen ze regels en tradities in twijfel trekken.
Begaafde personen scoren doorgaans in de hogere percentielen, vaak boven de 130, wat wijst op geavanceerde intellectuele capaciteiten. Voor volwassenen die hun cognitieve sterktes willen begrijpen, kan een IQ-test zoals de WAIS een cruciaal hulpmiddel zijn bij het herkennen van begaafdheid en gerelateerde kenmerken.
Hoogbegaafdheid: de nadelen
Je verveelt je snel als je in een groep zit die langzamer denkt en leert dan jij. Mensen begrijpen je gedachtensprongen en gevoel voor humor vaak niet. Soms voel je je daardoor eenzaam en 'anders' dan je klasgenoten. Je kunt problemen krijgen in het maken van contact met anderen.