PIR-platen zijn verkrijgbaar in diktes variërend van 20 mm tot meer dan 150 mm, waarbij de benodigde dikte afhangt van de gewenste isolatiewaarde (Rd-waarde) en toepassing. Veelgebruikte diktes voor vloeren en daken zijn 60 mm tot 120 mm, wat zorgt voor een hoge isolatiewaarde. Bouwbestel.nl +5
PIR 20mm is de dunste isolatie die er is, maar u haalt met PIR platen 20mm dikte toch een goede isolatiewaarde.
Plat dak: voor platte daken is 10 tot 14 cm PIR doorgaans voldoende.
Ja, bij PIR-isolatie is een dampremmende folie vaak nodig aan de warme zijde (binnenkant) om vochttransport vanuit de woning te stoppen, hoewel de aluminium cachering op de platen zelf al dampremmend is, dus extra folie dient om de naad- en kierdichting te garanderen en vochtproblemen te voorkomen. De folie moet luchtdicht worden afgeplakt, vooral in vochtige ruimtes, en is essentieel om de isolatiewaarde te behouden.
PIR-dakisolatieplaten van Unilin, Recticel en Kooltherm
Met PIR-platen kan een hoge warmteweerstand gecreëerd worden zonder veel ruimte in beslag te nemen en zijn ze daardoor de beste keuze als er weinig ruimte beschikbaar is.
De dikte van PIR-platen varieert van dun (bijv. 20mm) tot dik (140mm+), afhankelijk van de gewenste isolatiewaarde (Rd-waarde) en toepassing, waarbij dunnere platen vaak voor minder kritische toepassingen (berging) en dikkere platen voor nieuwbouw (dak/vloer) of passiefhuizen worden gebruikt; typische diktes zijn 8-10 cm voor vloeren en 12 cm voor daken, maar 60mm voldoet al voor na-isolatie van een betonvloer.
Je kunt PIR-platen rechtstreeks op een muur bevestigen met lijmschuim of montagekit, vooral op vlakke, droge muren, maar het is vaak beter om eerst ventilatielatten te plaatsen om een luchtlaag te creëren, wat vochtproblemen voorkomt en een betere isolatie garandeert. Deze methode (regelwerk + platen) is ideaal voor oneffen muren, terwijl direct verlijmen (met lijmschuim/kit) werkt op egale muren, eventueel aangevuld met mechanische bevestiging voor extra stevigheid. Zorg altijd voor een luchtdichte afwerking van de naden, bijvoorbeeld met aluminium tape of [!nav]Flexpur.
De nadelen van PIR-isolatie zijn de hogere kosten, de beperkte milieuvriendelijkheid (schadelijke stoffen bij productie, moeilijk te recyclen), de stijfheid (lastig bij onregelmatige vormen) en de noodzaak voor een brandwerende afwerking bij binnentoepassingen, omdat bij verbranding giftige rook kan vrijkomen, ondanks de goede brandreactie t.o.v. PUR. Ook het snijafval kan lastig te verwijderen zijn van kleding.
De 1,5-regel bij isoleren is een vuistregel voor het bij-isoleren van daken (vooral platte daken) om condensatie te voorkomen: de buitenste nieuwe isolatielaag moet een thermische weerstand (R-waarde) hebben die minstens 1,5 keer zo groot is als die van de reeds aanwezige isolatie aan de binnenzijde, zodat het dauwpunt naar buiten wordt verschoven en er geen vochtproblemen ontstaan. Dit zorgt ervoor dat de warmte in de binnenste laag blijft en de buitenste laag droog blijft, wat essentieel is om de levensduur van je dak te garanderen.
Beter is het echter om eerst ventilatielatten te plaatsen, zodat vocht kan ontsnappen achter de PIR isolatieplaten. U schroeft dan eerst de ventilatielatten tegen de muur.
Je isoleert een plat dak liever niet met PIR aan de binnenkant (koud dak methode) omdat de dampdichte PIR-plaat vocht opsluit tussen zichzelf en de dampdichte dakbedekking, wat leidt tot condensatie, schimmel en houtrot; de beste methoude is isoleren aan de buitenkant (warm dak) met PIR of andere materialen, of van binnenuit met damp-open isolatie (glas/steenwol) en een klimaatfolie.
De Rd-waarde, ofwel thermische weerstandswaarde, van 60mm PIR isolatie valt doorgaans binnen het bereik van 2.73 tot 3.16, wat kan variëren afhankelijk van het specifieke merk of fabrikant.
PIR's moeten tijdsgebonden, uitvoerbaar en gericht zijn op het verzamelen van informatie die de organisatie kan helpen snel accurate beslissingen te nemen . Stel meetbare criteria vast voor de evaluatie. Bepaal hoe de effectiviteit van de verzamelde informatie bij het voldoen aan de PIR's kan worden gemeten.
Wanneer PIR kiezen? PIR heeft een hogere isolatiewaarde dan glaswol, waardoor u met PIR dunner kunt isoleren. Vaak wordt in beperkte ruimtes daarom gekozen voor PIR isolatie. PIR is wel duurder dan glaswol, maar hier krijgt u een betere isolatiewaarde voor terug.
Een koude binnenmuur isoleer je het best met een voorzetwand (houten/metalen frame + isolatie + gipsplaten), inclusief een dampremmende folie en ventilatie, of met direct bevestigde isolatieplaten (zoals PIR), waarbij je extra op vochtmanagement moet letten; beide methoden verminderen energieverlies en verhogen comfort, met voorzetwanden als meest effectief maar ruimte-intensief, terwijl directe plaatsing ruimte bespaart.
Deze PIR platen zijn aan twee zijden bekleed met een aluminium cachering. Deze toplaag beschermt de PIR tegen vocht en zorgt voor een hogere isolatiewaarde. Dit komt doordat aluminium reflecteert.
U kunt in principe uw woning dus niet overisoleren, maar het gaat meer om het gebrek aan ventilatie om zo uzelf en uw woning alsnog van verse lucht te voorzien. Dit kan door het openzetten van meerdere ramen, of installatie van een mechanisch ventilatiesysteem.
Isolatie wordt beoordeeld op basis van de R-waarde: hoe hoger de R-waarde, hoe beter de isolatie. Als u in een mild klimaat woont, moet uw zolder minimaal een R-waarde van 38 hebben, oftewel ongeveer 33-36 cm isolatie. Woont u in een kouder klimaat, dan is een R-waarde van 49 het minimum, oftewel ongeveer 40-46 cm isolatie .
Veelgestelde vragen over de isolatiedikte van daken
Dat hangt af van het isolatiemateriaal. Met sterk isolerende materialen zoals PIR of PUR kan 10 cm volstaan om een goede isolatiewaarde te halen. Gebruik je materialen met een hogere lambdawaarde, zoals glaswol, dan is 10 cm meestal onvoldoende.
Geen van beide is universeel 'beter'; de beste keuze tussen PIR (polyisocyanuraat), ook wel bekend als 'rockwool' of steenwol, hangt af van de toepassing, maar PIR biedt een hogere isolatiewaarde per dikte, ideaal voor ruimtebesparing, terwijl steenwol superieur is in geluidsisolatie en brandveiligheid, omdat het onbrandbaar is. Steenwol (rotwol) is beter voor brand- en geluidsisolatie, PIR is beter voor maximale thermische isolatie in dunne lagen.
PIR: Het meest geschikt voor thermische efficiëntie in kleine ruimtes vanwege de lage warmtegeleidingscoëfficiënt (circa 0,022 W/mK). Het is stijf, vochtbestendig maar brandbaar (doorgaans Euroklasse E/F, hoewel sommige systemen Euroklasse B halen). Steenwol: Uitstekend voor brandveiligheid (Euroklasse A1, bestand tegen temperaturen boven de 1000 graden Celsius) en akoestische isolatie.
Polyisocyanuraat (PIR) schuimisolatieplaten hebben een relatief lage dampdoorlaatbaarheid , wat betekent dat ze de doorgang van vocht tot op zekere hoogte kunnen tegenhouden. Het is echter over het algemeen niet aan te raden om PIR-schuimisolatieplaten als enige dampremmende laag te gebruiken.
Men wil niet dubbel isoleren (vooral bij platte daken van binnenuit) vanwege het grote risico op condensatie, houtrot en schimmel tussen de lagen, omdat vocht dan niet kan ontsnappen, plus hogere kosten en minder ruimte; het biedt niet significant meer voordeel dan een zeer goede enkele isolatie mits goed uitgevoerd, maar brengt meer risico's met zich mee, vooral met twee dampdichte lagen.
kan ik direct op PIR platen schilderen? Nee, u kunt niet rechtstreeks op de PIR platen schilderen. De PIR platen zijn bekleed met een aluminium folie die niet goed verf vasthoudt.
Mensen kiezen soms niet voor PIR-isolatie vanwege de milieu-impact (productie met chemicaliën, slecht recyclebaar) en de beperkte geschiktheid voor geluidsisolatie. Ook de kosten kunnen een rol spelen, en voor bepaalde toepassingen (zoals platte daken van binnenuit) is het vanwege het dampdichte karakter niet geschikt, omdat vocht dan opgesloten raakt.