Het meest bekende machtsverband is de macht 2, ook wel kwadraat genoemd: 22 = 2 × 2 = 4. Je kan ook verder gaan door dit nogmaals met 2 te vermenigvuldigen, dan krijg je dus twee tot de macht drie, in getallen: 23 = 2 × 2 × 2 = 8.
De bekendste macht is een kwadraat (tot de macht 2). Bijvoorbeeld 5 kwadraat is 5 x 5 = 25 (de macht is dan dus 2). We zeggen dan dus dat vijf in het kwadraat 25 is. Als de macht bijvoorbeeld 3 is, dan krijg je 5 x 5 x 5 = 125.
Reken je zo'n getal uit, dan wordt de uitkomst snel groot: 2^7 = 128.
Sneltoetsen: Superscript of subscript toepassen
Voor superscript drukt u tegelijkertijd op Ctrl, Shift en het plusteken (+).
Het meest bekende machtsverband is de macht 2, ook wel kwadraat genoemd: 22 = 2 × 2 = 4. Je kan ook verder gaan door dit nogmaals met 2 te vermenigvuldigen, dan krijg je dus twee tot de macht drie, in getallen: 23 = 2 × 2 × 2 = 8.
Geen sneltoets hiervoor. Selecteer de ² uit het `Speciale tekens` venster. (alt⌥ + cmd⌘ + T) Bij MS-Word kan het via `Insert → Symbol → Advanced Symbol` of `Invoegen → Symbolen → Meer symbolen`.
Machten zijn een vorm van rekensommen die te maken hebben met vermenigvuldigen. Je vermenigvuldigt het getal een aantal keer met zichzelf. Een voorbeeld daarvan is dus dat 5 2 hetzelfde is als 5 x 5 = 25. Het getal 2 wordt hier dan ook wel de exponent genoemd.
Antwoord: 16 tot de macht 2 is 256 .
Een miljard is 10 tot de negende. We hebben negen nullen hier. Dus dit wordt gelijk aan zeven keer 10 tot de negende macht.
Dus dit zegt letterlijk, ik neem een 1, en dan vermenigvuldig ik dat nul keer met 2. Als ik dit wil 0 keer wil vermenigvuldigen met 2, dat betekent dat ik alleen de 1 overhoud. Dus 2 tot de macht nul is gelijk aan 1. Eigenlijk wordt elk getal dat niet nul is tot de macht nul 1 door dezelfde redenering.
In de wiskunde weet je misschien al dat 3² gelijk is aan 3 x 3 = 9. Dit betekent dat het getal 3 twee keer met zichzelf wordt vermenigvuldigd. In plaats van 3² te zeggen, kun je ook 3 tot de macht 2 zeggen. In dit geval noemen we de 3 het grondtal en de 2 de exponent.
Elk getal, ongelijk aan nul, tot de nulde macht is gelijk aan één. Nul tot een willekeurige macht is nul.
Kwadrateren is het tot de tweede macht verheffen: 22 = 2 x 2 = 4. 52 = 5 x 5 = 25.
Bij een macht van 10 is de exponent gelijk aan het aantal nullen. Zo is 103 = 1.000 en 106 = 1.000.000. De macht van 10 wordt gebruikt om getallen in de wetenschappelijke notatie te zetten.
Antwoord: 1/4 tot de macht 2 is 1/16 of 0,0625 . Laten we de gegeven vraag oplossen door de exponentregels te gebruiken. Hierbij is 2 de macht van de uitdrukking en 1/4 wordt de basis genoemd. ⇒ 1/4 × 1/4 = 1/16 of 0,0625.
We gaan het slechts eenmaal met 2 vermenigvuldigen. Dus 1 keer 2, dat is natuurlijk gelijk aan 2. En elk getal tot de eerste macht is gelijk aan dat getal.
102 = 10 x 10 = 100 = honderd. 103 = 10 x 10 x 10 = 1000 = duizend. 104 = 10 x 10 x 10 x 10 = 10.000.
Typ =N^2 in de cel, waarbij N het getal is dat u tot de tweede macht wilt verheffen. Als u bijvoorbeeld het kwadraat van 5 in cel A1 wilt invoegen, typt u =5^2 in de cel. Druk op Enter om het resultaat weer te geven. Tip: U kunt ook klikken in een andere cel om het resultaat van de machtsverheffing weer te geven.
Als je per se wilt kun je zonder rekenmachine kun je dat als volgt doen: 1) Bereken de 4-de machts wortel van het getal. Dat is de wortel van de wortel. De 4-de machtswortel van 81 is 3, en de 4-de machtswortel van van 625 is 5.
Als we dit in onze definitie van vermogen opnemen: P=IV=I(IR)=I2R . P=IV=(V/R)V=V2/R.
Voor de 2emacht bestaat er een speciale naam: het kwadraat. 32 spreek je uit als het kwadraat van 3.