Ja, lithium heeft een aanzienlijke invloed op de schildklier. Het remt de afgifte van schildklierhormonen, wat vaak (bij 40-50% van de gebruikers) leidt tot een tragere schildklierwerking (hypothyreoïdie) en soms een struma (vergroting). Regelmatige bloedcontroles (TSH) zijn daarom essentieel, meestal minimaal één keer per jaar. Stichting Geneesmiddelenbulletin +2
Lithium en de schildklier: vaak vertraging, soms versnelling. Een van de meest voorkomende bijwerkingen van lithium wordt veroorzaakt door zijn remmende werking op de schildklier. Subklinische en klinische hypothyreoïdie komen het meest voor, waarbij de prevalentie kan oplopen tot 41,3%.
Lithium kan hyperthyreoïdie veroorzaken als gevolg van thyreoïditis of, in zeldzame gevallen, de ziekte van Graves . Omdat lithium de afgifte van schildklierhormonen door de schildklier remt, kan het worden gebruikt als aanvullende therapie bij de behandeling van ernstige hyperthyreoïdie.
Geneesmiddelen die invloed hebben op de schildklierfunctie zijn bijvoorbeeld amiodaron en lithium. Dit artikel informeert de zorgverlener over de nadelen van een geneesmiddel in relatie tot de schildklierfunctie. Daarnaast wordt per middel een advies gegeven hoe te handelen.
Droge mond, dorst, veel drinken en veel plassen: Deze bijwerkingen ontstaan doordat lithium zout is. Het heeft invloed op zowel de nieren als de speekselklieren. De dorst en het vele plassen zijn vaak blijvend zolang u lithium gebruikt. U merkt dit soms al direct op maar meestal pas na enige tijd.
Lithium heeft nadelige effecten op de nieren, schildklier en bijschildklieren , waardoor periodieke bloedonderzoeken nodig zijn om de functies van deze organen te controleren. In de meeste gevallen zijn de door lithium veroorzaakte niereffecten relatief mild.
Langdurig lithium gebruik gaat vaak samen met de vorming van typische niercysten. Deze zijn aantoonbaar met behulp van MRI, CT en (meestal) echografisch onderzoek. Screening op niercysten en niertumoren is vooralsnog niet geïndiceerd en de klinische gevolgen van niercysten zijn onduidelijk.
Magnesium. Een magnesiumtekort kan het risico op het ontwikkelen van de ziekte van Hashimoto verhogen en wordt in verband gebracht met verhoogde schildklierantistofspiegels. Het corrigeren van een magnesiumtekort kan de symptomen van Hashimoto verbeteren (24, 25).
Een onbehandelde trage schildklier (hypothyreoïdie) vertraagt alle lichaamsprocessen, wat leidt tot klachten als extreme vermoeidheid, kouwelijkheid, gewichtstoename, droge huid, haarverlies, depressie, concentratieproblemen, spier- en gewrichtspijn, en constipatie, met ernstige langetermijngevolgen zoals onvruchtbaarheid en hartproblemen, omdat de hormoonbalans verstoord raakt.
Ja, vitamine D heeft invloed op de schildklier; een tekort komt vaak voor bij schildklierproblemen zoals hypothyreoïdie (trage schildklier) en Hashimoto's thyroiditis, en is cruciaal voor het immuunsysteem, dat een rol speelt bij auto-immuun schildklieraandoeningen. De schildklier heeft vitamine D-receptoren, wat aangeeft dat het direct het functioneren beïnvloedt, hoewel meer onderzoek nodig is om de precieze relatie vast te stellen: is het een oorzaak of gevolg van de aandoening?.
Stress is zeker een van de hoofdoorzaken van schildklierklachten. Naar schatting 50% van alle schildklierproblemen is het gevolg van bijnieruitputting door chronische stress.
Behandeling bij een te langzaam werkende schildklier
Bij een te langzaam werkende schildklier krijg je een medicijn: Je krijgt pillen met schildklier-hormoon ( levothyroxine ). Meestal moet je het medicijn je hele leven blijven slikken.
De oorzaak van schildklierproblemen ligt meestal in de schildklier zelf. Heel soms ligt de oorzaak in de hypofyse, een klier in de hersenen die hormonen aanmaakt om de schildklier aan te sturen. Aandoeningen en geneesmiddelen (bijv. jodium en lithium) kunnen de schildklierfunctie ook beïnvloeden.
Nee, lithium is een van de lichtste metalen, maar het medicijn kan wel een "zwaar" gevoel in het lichaam geven als bijwerking, vooral in de benen, en het is een middel waarvoor strikte controle nodig is omdat een te hoge bloedspiegel tot vergiftiging kan leiden.
Je schildklier werkt te langzaam en maakt te weinig schildklier-hormonen. Je krijgt daarom pillen met schildklier-hormoon ( levothyroxine ). Dit medicijn werkt hetzelfde als het schildklier-hormoon dat je eigen schildklier maakt. Met dit medicijn kun je ervoor zorgen dat er genoeg schildklier-hormoon in je bloed is.
Vaak (1-10%): hypothyroïdie (eventueel met struma), ECG-veranderingen. Initieel misselijkheid, braken en diarree. Zelden (0,1-0,01%): Concentratie- en geheugenstoornis (vooral bij ouderen). Verhoging van talgproductie, (verergeren van) acne en psoriasis, alopecia.
Psychische klachten
Symptomen van een trage schildklier (hypothyreoïdie) omvatten vermoeidheid, kouwelijkheid, gewichtstoename, droge huid, haaruitval, concentratieproblemen, traagheid in denken en bewegen, constipatie, spier- en gewrichtspijn en stemmingswisselingen; omdat deze klachten aspecifiek zijn, is bloedonderzoek nodig voor een diagnose, en de aandoening is goed te behandelen met medicatie.
Ons advies is, dat u minstens één maal per jaar de schildklierfunctie laat controleren.
Er valt veel te zeggen over de relatie tussen supplementen, zoals vitamines, mineralen en schildkliermedicijnen. Over het algemeen geldt, bij gebruik van gezonde en gevarieerde voeding is er geen reden om supplementen (vitaminen en mineralen) aan te bevelen aan mensen met een schildklieraandoening.
Je zou geen magnesium moeten slikken als je geen tekort hebt, omdat een teveel aan magnesium uit supplementen maag-darmklachten (diarree, misselijkheid), lage bloeddruk en spierzwakte kan veroorzaken, vooral bij hoge doses (>250-350 mg/dag), en vooral gevaarlijk is bij verminderde nierfunctie; raadpleeg altijd een arts voordat je begint, omdat een tekort zeldzaam is en supplementen interacties kunnen hebben met medicijnen.
Afvallen en de schildklier
Een van de tekenen van een traag werkende schildklier is dat je moeilijk afvalt, of dat je aankomt in gewicht (terwijl je niet meer bent gaan eten). Je verbranding is lager geworden door het gebrek aan schildklierhormoon. Hierdoor is het moeilijker om een energietekort te creëren.
'Dan kun je beter kijken naar het vervangen van lithium door bijvoorbeeld calcium of magnesium. En verder zijn er mogelijke varianten met onder meer zink, lucht en water.
Gebruikelijke doseringen zijn 800, 1000 of 1200 mg. Dit is echter zeer verschillend en we sturen volledig op de bloedspiegel. Het is dus niet vreemd als je minder of meer voorgeschreven krijgt, zo lang de bloedspiegel maar goed is.
Hoewel van lithium wordt gezegd dat het geen ontwenningsverschijnselen veroorzaakt, kan een lagere dosis wel zorgen voor bijvoorbeeld angst, prikkelbaarheid en sterk wisselende emoties.