De of het omrekeningskoers? Welk lidwoord is juist?

Welk lidwoord (de of het) hoort bij het woord omrekeningskoers? Is het de omrekeningskoers of het omrekeningskoers? Het juiste lidwoord dat je voor het woord omrekeningskoers moet gebruiken is:
De omrekeningskoers
Aanwijzend voornaamwoord omrekeningskoers
Dit of deze omrekeningskoers: deze omrekeningskoers
Dat of die omrekeningskoers: die omrekeningskoers

Bezittelijk voornaamwoord omrekeningskoers
Onze of ons omrekeningskoers: onze omrekeningskoers
Jouw of jou: jouw omrekeningskoers

Elke of elk omrekeningskoers?
Elke omrekeningskoers
Gerelateerd aan omrekeningskoers